Verloren kinderen

Weblogbericht | 13-08-2013

Geschreven door Han Peters.

Samir is drie jaar oud. Samen met zo’n honderd andere kinderen woont hij in een weeshuis in Kaboel. Al een paar jaar probeert de ambassade de kinderen in dit weeshuis een beetje te helpen.

Vorige week waren we er tijdens de Eid om cake, dadels en snoepgoed te brengen. Een paar maanden terug zorgden zijn ouders nog voor Samir. Nu horen we dat ze hem aan zijn lot hebben overgelaten. Als we er zijn, zien we hem niet één keer lachen.

Het is hard om op te groeien als kind in Afghanistan. Niet als je bij de kleine bovenlaag hoort, en je enige zorg is of het internet het wel doet. Maar wel voor de grote meerderheid. Een derde van de bevolking is onder de veertien jaar. Twintig procent van de kinderen haalt zijn vijfde verjaardag niet. Maar ook wie wel sterk genoeg is, komt niet altijd zonder schade zijn kindertijd door. Ondervoeding, verwaarlozing en seksueel misbruik laten diepe sporen na.

‘Ons’ weeshuis is klein. Zo goed en zo kwaad als het kan, probeert Ramin een vader te zijn voor de honderd jongens en meisjes. Hij is zelf als weeskind opgegroeid en weet dus waarom hij dit doet. Van de overheid kan Ramin niet veel verwachten. Het land vecht met onveiligheid, armoede en corruptie. Er zijn zoveel andere dingen die om aandacht vragen. De kans dat je ‘kind van de rekening’ wordt, is dus tamelijk groot. Gelukkig zijn er mensen en bedrijven die weeskinderen helpen.

UNICEF schreef ooit eens in een rapport dat Afghanistan voor een kind ‘de slechtste plaats is om geboren te worden’. Meisjes, die vaak op jonge leeftijd trouwen, lopen de kans om door familieleden te worden verkracht. Maar ook jongens lopen gevaar. Berucht is de praktijk van de bacha baazi. Jonge jongens worden geronseld om als dansjongens volwassen mannen te vermaken. En vaak blijft het niet bij dansen. Bacha baazi komt nog steeds voor.

Toch heb ik hoop. Tegenwoordig gaan zo’n acht miljoen kinderen naar school. Dat heeft effect. Jongeren worden mondiger. Als er één ding belangrijk is om het lot van kinderen te verbeteren, dan is het wel scholing. Hoe het Samir zal vergaan, weet ik niet. Maar ik hoop dat er voor hem ooit een tijd komt, dat hij net zo uit z’n hum is als er geen Wifi is als Nederlandse kinderen dat kunnen zijn. Gewoon omdat hij niet veel anders heeft om zich druk over te maken.

Meer blogs van Han Peters:
Van vechten naar dienen
Vrouwenrechten in Afghanistan: geen kunst?

Blijf op de hoogte:

  1. Weblogberichten ontvangen via rss

Reacties: