Moderne maras hebben geen tattoos meer

Weblogbericht | 06-08-2013

Geschreven door Bastiaan Engelhard.

‘Welcome to paradise’ denk ik – gek genoeg in het Engels – als ik uit het raampje van het vliegtuig kijk dat net de landing heeft ingezet op de stad San Pedro Sula.

Victor Daniel Gómez Aguilar, Commissaris in de wijk Rivera Hernandez in San Pedro Sula en Bastiaan Engelhard, coördinator MAP (foto: Edwin Timmer, alleen gebruik voor mensenrechtenblog)

Onder me zie ik een groen landschap tegen een strakblauwe hemel voorbijtrekken. Een bruine rivier slingert door het land, naast plantages met oliepalmen en bananen, omringd door bergen in de verte. Maar het toestel landt in de hel. Althans, volgens de organisatie Citizen Council for Public Safety and Criminal Justice, die deze stad vorig jaar heeft uitgeroepen tot de gevaarlijkste stad ter wereld. Het heeft een moordcijfer van 169/100.000 inwoners, twee keer zo hoog als het landelijk gemiddelde van Honduras waar elke dag 20 mensen door geweld om het leven komen. Het moordcijfer van Honduras is ongeveer 100 maal hoger dan dat van Nederland. Als ons land dezelfde homicide ratio zou kennen als dit Midden-Amerikaanse land, dan zouden er in ons land dagelijks 42 mensen omkomen.

Honduras is het meest gewelddadige land buiten oorlogsgebieden in de wereld. Rivaliserende bendes, maras genoemd, bestrijden hier elkaars territorium voor de doorvoer van drugs. Burgers en bedrijven worden afgeperst. Naar schatting 80% van alle cocaine bestemd voor de Amerikaanse markt stroomt door dit land, een ontmoetingspunt van Colombiaanse en Mexicaanse drugskartels. In delen van het land heeft de Hondurese overheid geen grip meer op de veiligheid, de politie is zwak uitgerust, corrupt en geïnfiltreerd door de georganiseerde misdaad.

Toch is hier op het eerste oog niets van te zien bij aankomst in San Pedro Sula: de luchthaven functioneert, mensen lopen op straat en de stad kent meer Amerikaanse fastfoodketens dan menig andere Latijns Amerikaanse stad. Het is een stad met twee gezichten: volle restaurants en volle lijkhuizen.

Als coördinator van het Midden Amerika Programma (MAP), een regionaal programma van de Nederlandse overheid op het gebied van veiligheid, justitie en mensenrechten, bezoek ik Honduras om initiatieven te bekijken die geweld proberen te voorkomen. In mei maakte de bisschop van San Pedro Sula, Rómulo Emiliani, bekend dat er een staakt-het-vuren op handen zou zijn tussen de twee grootste marabendes in het land. Internationaal werd dit nieuws verwelkomd, want in 2012 had een soortgelijk staakt-het-vuren in buurland El Salvador geleid tot een halvering van het aantal moorden per dag. Tot nu toe lijkt er echter geen sprake van een deal tussen de maras en de moorden in het land gaan in hetzelfde, tja, moordende tempo gewoon door.

Toch heeft de bisschop hoop: ‘De oude bendeleiders die in de gevangenis zitten zijn moe van het geweld, duizenden vrienden en familieleden zijn om het leven gekomen. Het enige toekomstpersectief van een mara is de gevangenis of de dood. Met een tattoo van de bende op je gezicht ben je vogelvrij. En als je eruit wilt stappen, kom je met een tattoo nergens. Moderne maras hebben daarom geen tattoos meer’, zegt hij. De bisschop heeft een stichting opgezet om jongeren een opleiding te geven, als bakker, kapster of reparateur van mobiele telefoons. De initiatieven van de bisschop krijgen echter maar weinig bijval van de regering en van burgers die we spreken. Sommige mensen zeggen: ‘de maras moeten uitgeroeid worden’. En: ‘met criminelen sluit je geen deal’.

Mensenrechtenorganisaties maken zich zorgen over de situatie. Ze hebben kritiek op de zwaar bewapende militairen die naast de politie de stad bewaken, het doet hen denken aan de militaire dictatuur van vroeger. Militairen zijn niet uitgerust voor politietaken, zeggen ze. Maar burgers zijn juist blij dat ze naast ‘blauw’ ook ‘groen’ op straat zien.

In gesprek met Pedro, een van de juridische bemiddelaars van het programma van de OAS. Midden: Imelda Amador, coordinador OAS facilitadores judiciales programma in Honduras. (foto: Edwin Timmer, alleen gebruik voor mensenrechtenblog)

Binnen het MAP ondersteunt Nederland een aantal projecten om geweld te voorkomen. Veiligheidsmaatregelen kosten veel geld, dat beter ingezet kan worden voor onderwijs, gezondheidszorg of creatie van banen. Zo worden via de Duitse organisatie GIZ, die Nederland steunt, politiemensen, leraren en gemeentepersoneel getraind om een veiligheids- en geweldspreventieplan te ontwikkelen. Ook werkt Nederland met de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS), die een programma uitvoert om op gemeenschapsniveau met vrijwilligers – zogenaamde Facilitadores Judiciciales – conflicten op te lossen. In een arm en ongelijk land waar elke burger vijf wapens mag hebben en de politie niet je beste vriend is, wordt het recht nog wel eens in eigen hand genomen. Een uit de hand gelopen burenruzie over een blaffende hond kan tot doden leiden. Dit door het Vredespaleis aangemerkte innovatieve justitieprogramma maakt dat mensen hun problemen door te praten oplossen.

Nederland heeft daarnaast i.s.m. ICCO een regionaal mensenrechtenfonds in het leven geroepen om organisaties van mensenrechtenverdedigers en journalisten te ondersteunen. Ook wordt gewerkt met het bedrijfsleven, zo sprak ik deze week met de Kamer van Koophandel in San Pedro Sula over een programma om ex-bendeleden mogelijkheden tot een stage, studie of werk kunnen geven. Want uiteindelijk moeten die maras, met of zonder tattoo, aan de slag in de maatschappij. Op deze manier proberen we Honduras en andere landen in deze regio te ondersteunen om weer een stukje dichterbij het paradijs te komen. Het paradijs dat ze zouden kunnen zijn.

Klik hier voor meer informatie over het MAP

 

Blijf op de hoogte:

  1. Weblogberichten ontvangen via rss

Reacties: