Gevangen in de Angst – een terrorist van 4 maanden oud

Weblogbericht | 27-05-2016

Geschreven door Harry Putker.

Zij stond op om háár verhaal te doen. Een meisje nog, zeventien jaar oud, met een knap gezicht. Een vrolijk gekleurde jurk aan, de hoofddoek in dezelfde kleuren elegant om haar hoofd gewikkeld. Ze zette haar baby op de lessenaar voor haar neer. De peuter keek naar haar op.

Ze vertelde dat ze op school gezeten had, nog maar kort geleden, en dat ze daar vriendinnen had. Ze vertelde over die nacht dat ze allemaal ontvoerd waren, dat ze gedwongen waren om met een van de ontvoerders te trouwen, dat ze een baby gekregen had. Ze wilde verder vertellen, maar de tranen stroomden al over haar wangen, ze druppelden op haar baby. Ze huilde geluidloos, ze had waarschijnlijk geleerd haar verdriet voor zich te houden tijdens haar ontvoering, verborgen en in eenzaamheid. Het vier maanden oude meisje keek met grote ogen naar haar moeder. Weten zulke jonge kinderen al wat verdriet is? Het leek er wel op, want de kleine strekte haar handen uit naar haar moeder om haar vast te pakken en te troosten.

Ze is niet de enige die ontvoerd werd door Boko Haram. Duizenden vrouwen en meisjes gingen haar voor. Ze was al bang geweest dat het haar ook zou overkomen.

Maar nu is ze ’bevrijd’ uit de handen van Boko Haram. Ze verblijft nu in een kamp voor ontheemden in Noord-Nigeria, samen met zo’n 30.000 anderen. Onder hen nog meer vrouwen die met Boko Haram strijders waren getrouwd. En die ook kinderen hadden gekregen.

Waar moest ze heen? Terug naar haar familie? De meeste families accepteren degenen die in de handen van Boko Haram zijn geweest niet meer, ook al gaat het om hun eigen zoon of dochter. Als het de families niet zijn, dan is het wel het dorpje waarin ze leven, dat ze niet meer terug wil en ze verstoot. Je weet maar nooit of de teruggekeerde een aanhanger van Boko Haram is geworden.

Wijd en zijd is het geloof verspreid dat het bloed van de vader door de aderen van zijn kinderen stroomt. De baby van vier maanden oud, een kind van een Boko Haram strijder, dat is een potentiële terrorist, nee, dat ís een terrorist.

Zij weet het, de zeventienjarige. Ze weet dat ze niet terug kan naar haar echtgenoot (als ze dat al zou willen), ze weet dat ze niet terug kan naar haar familie, naar haar school, naar haar dorp, naar haar vroegere leven.

Haar kind doet haar onophoudelijk aan de gebeurtenissen van de afgelopen jaren herinneren, het vormt het levende bewijs van haar geruïneerde jonge leven. Het kind is ook de reden van haar geruïneerde toekomst. Haar eigen kind wordt immers als een potentiele terrorist gezien, zij kan daarom niet meer terug naar haar familie, naar haar gemeenschap. Zij kan haar eigen leven niet meer oppakken, en een nieuw leven starten, dat gaat ook niet. Welk leven wacht haar?

Zou ze het overwegen? Dat haar leven eenvoudiger zou zijn zonder haar baby? Haar doffe ogen verraden haar gedachten niet.

Beiden – moeder en kind – zijn gevangen in de angst, de angst van het verleden, de angst voor de toekomst. Roosevelt had het in een toespraak over de Vrijheid van (‘from’) Angst. Hij bedoelde daarmee vooral agressie van staten. Als hij geweten had wat zich hier afspeelt, had hij het hier vast ook over gehad.

Zij is bevrijd, maar niet van angst. Ze vervalt van de ene angst in de andere. En ze kan er niets aan doen. Haar baby weet het nog niet, maar ook zij is een gevangen van de angst. Twee levens vol angst. Zeventien jaar. Vier maanden.

Anderen zien een vier maanden oude terroriste. Ik zie een onschuldige baby die haar handen uitstrekt naar haar moeder om haar te troosten. Het beeld laat me niet los.

Blijf op de hoogte:

  1. Weblogberichten ontvangen via rss

Reacties: