Berta Cáceres

Weblogbericht | 21-03-2016

Geschreven door Mette Gonggrijp.

‘Berta vive’ staat er in graffiti te lezen op de muur tegenover mijn hotel. Erboven een afbeelding van het gezicht van Berta Cáceres. Een gezicht dat de afgelopen weken via sociale media de hele wereld is overgegaan.

 

Ik kijk naar de graffiti en zie de vrouw die een onuitwisbare indruk op mij heeft gemaakt. Haar gedrevenheid en de passie waarmee ze opkwam voor de rechten van de inheemse Lenca bevolking zal ik niet snel vergeten.

Ik zocht haar op in 2014 in Honduras om meer te weten te komen over de activiteiten van de door haar opgerichte NGO Council of Indigenous Peoples of Honduras (COPINH). Nu ben ik terug in Honduras, in hetzelfde hotel als waar ik haar destijds ontmoette. Maar deze keer spreek ik niet mét   haar, maar over haar. Met de autoriteiten, haar dochters en met leden van COPINH.

Donderdagochtend 3 maart krijg ik het mailtje met de mededeling dat Berta Cáceres in La Esperanza vermoord is. Haar dood komt als een enorme schok. Ik neem meteen contact op met mijn collega, de EU ambassadeur in Honduras. Omdat wij geen ambassade hebben, is hij onze ogen en oren daar. Op sociale media verschijnen de eerste berichten. Leonardo di Caprio spreekt via twitter zijn medeleven uit. De EU-ambassade in Honduras geeft, mede namens Nederland, een verklaring uit waarin de moord wordt veroordeeld en waarin de regering opgeroepen wordt om een diepgaand onderzoek in te stellen en om de schuldigen te berechten. Ook de Verenigde Staten, de VN Gezant Inheemse bevolking, Organisatie voor Amerikaanse Staten en de Inter-Amerikaanse Commissie voor de Mensenrechten spreken zich uit. Zowel nationaal als internationaal is er veel aandacht voor de moord op de activiste.

Minister Koenders en Minister Ploumen vragen mij om naar Honduras af te reizen om te pleiten voor een grondig en onafhankelijk strafrechtelijk onderzoek naar de moord op Berta Cáceres en om bescherming van kroongetuige Gustavo Castro, een Mexicaanse milieuactivist. Het is belangrijk dat Honduras weet dat de hele wereld meekijkt.

Berta Cáceres was op twee manieren verbonden met Nederland. Haar NGO COPINH is een van de lokale partners van FCAM (Fondo Centroamericano de Mujeres) en Both Ends, twee strategische partners van het ministerie van Buitenlandse Zaken die opkomen voor de rechten van vrouwen en inheemse bevolking. Haar andere connectie met Nederland liep via haar strijd tegen een waterkrachtcentrale, Agua Zarca, gefinancierd met gelden van onder andere de Nederlandse Ontwikkelingsbank FMO. Vanaf het eerste moment hebben we contact met de NGO’s en FMO over de zaak. Ook zij roepen de Hondurese regering om de zaak goed te onderzoeken. In de dagen die volgen onderhoud ik intensief contact met FMO en het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag over de situatie en het Agua Zarca project. Nog geen twee weken na de moord op Berta Cáceres wordt op een andere plek Nelson García, ook een Hondurese milieuactivist, vermoord. FMO besluit om alle activiteiten in Honduras voorlopig te staken.    

In Honduras spreek ik met twee viceministers van Buitenlandse Zaken. Ze beamen het belang van een diepgaand en onafhankelijk onderzoek en benadrukken dat deze moord niet ongestraft mag blijven. Ze vertellen dat de president van Honduras het kantoor van de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten heeft gevraagd het onderzoek te begeleiden. We spreken over kroongetuige Gustavo Castro. Ik geef aan dat het belangrijk is dat hij beschermd wordt en in alle onafhankelijkheid zijn verklaring kan afgeven.

Ik breng het gesprek op het mensenrechtenexamen dat VN landen elkaar periodiek afnemen in Genève. De afgelopen jaren is een grote stijging te zien van incidenten van geweld tegen mensenrechtenverdedigers en journalisten. Tijdens de laatste sessie bij de VN deed Nederland aanbevelingen over de invoering van een mensenrechtenbeschermingsprogramma door Honduras. Nederland wil graag weten hoe het daarmee staat. Er blijkt voortgang te zijn, verzekert de minister. Het mechanisme bestaat en de eerste MRVs hebben er gebruik van gemaakt. Er is nog heel veel werk te doen, maar een voorzichtig begin is er, verzekert de viceminister mij. Ik beloof het Nederlandse actieplan mensenrechten en bedrijfsleven toe te sturen. Vooral het vooruitzicht van instrumenten en praktische tips lijkt aan te spreken.

Ik spreek ook uitgebreid met de dochters van Berta Cáceres en een groep vertegenwoordigers van COPINH. Het is een emotioneel gesprek waarin zij vertellen over de strijd van Berta en de reeks van bedreigingen en intimidaties tegen haar. Het wantrouwen tegenover de politie en overheid is groot. Dit geeft wederom aan hoe belangrijk een onafhankelijk onderzoek is.

Ik heb de indruk dat tijdens mijn bezoek aan Honduras mijn boodschappen zijn overgekomen. Tegelijkertijd weten we wat de realiteit is in Honduras. Het land kent grote armoede, grote werkloosheid en een extreem scheve verdeling van rijkdom. Honduras is nog steeds een van de meest gewelddadige landen ter wereld (buiten oorlogsgebieden). Er is sprake van een hoge mate van straffeloosheid, meer dan 90% van de misdaden wordt niet onderzocht en komt niet tot een berechting. Capaciteitsgebrek, corruptie bij sommige delen van de politie en een zwak rechtssysteem zorgen ervoor dat er geen eenvoudige oplossingen zijn voor dit complexe probleem.

Er zijn de afgelopen jaren wereldwijd belangrijke stappen gezet om landrechten voor inheemse bevolkingsgroepen te beschermen. Helaas laat de moord op Berta en de meer dan 100 andere vermoorde mensenrechtenverdedigers in Honduras zien dat er nog een hele lange weg te gaan is. Maar de vele blijken van solidariteit zijn het bewijs dat Berta’s nalatenschap voortleeft. ‘Wij zijn allen Berta’, fluistert het jongste COPINH lid mij toe.

 

Blijf op de hoogte:

  1. Weblogberichten ontvangen via rss

Reacties: