Nieuwe VN-privacyrapporteur Cannataci presenteert plannen aan Nederlands publiek: ‘no superman’ maar wel ‘mission possible’

Weblogbericht | 10-03-2016

Geschreven door Lisa Vermeer.

“I am not superman,” zei VN-privacyrapporteur Cannataci op donderdag 3 maart bij een brainstorm op het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Voor een grote groep mensen die in Nederland betrokken zijn bij het debat over privacy, presenteerde hij zijn ambitieuze tienpuntenplan.

 

Ondanks dat hij geen superman is, ziet hij zijn taak toch als een ‘mission possible’ omdat er nog nooit zoveel aandacht is geweest voor dit thema als nu.

Professor Cannataci is de eerste UN Special Rapporteur on the right to privacy ooit. Hij is in juli 2015 door de VN Mensenrechtenraad voor 3 jaar benoemd op basis van resolutie 28/16. De benoeming van deze rapporteur benadrukt het internationale recht op privacy, het belang van een vrij en open internet en dat offline mensenrechten ook online gelden. Nederland heeft de instelling van deze rapporteur om deze redenen aangemoedigd, en om het debat over privacy in de Mensenrechtenraad goed geïnformeerd te kunnen voeren. Joe Cannataci is professor op Malta en aan de Rijksuniversiteit Groningen, waar hij de onderzoeksgroep Security, Technology and e-Privacy Research Group (STeP) leidt. http://bit.ly/1RxR0yB

De aanwezigen vertegenwoordigden een breed pallet aan privacy-geïnteresseerden in Nederland. Van ngo’s tot bedrijven, wetenschappers en ambtenaren van verschillende ministeries, consultants en maatschappelijke IT-organisaties. Ook Uri Rosenthal, Nederlands Special Envoy voor internationaal cyberbeleid schoof even aan. Tijdens de meeting werd er gesproken over verschillende opvattingen over privacy en of het wel een universele waarde is. Vanuit zijn ervaringen in de onderzoekswereld kon professor Cannataci zeggen dat mensen waarde hechten aan privacy, zelfs mensen in de jungle.

Wel wordt er door verschillende overheden anders omgegaan met privacy. In China ontstaat nu een hele ‘big data’ gedreven maatschappij. Mensen zullen daar straks een ‘data score’ hebben invloed zal hebben op bijvoorbeeld hun recht op promotie. In China is dit ook geen geheim maar gewoon het openbare beleid wat gevoerd wordt.

Een ander punt van aandacht was dat er een meer gestructureerd, open dialoog moet komen tussen verschillende partijen. Veiligheidsdiensten en politie moeten met elkaar gaan praten en met ngo’s overheden en bedrijven. Deze partijen aan bij elkaar aan tafel krijgen en open met elkaar laten communiceren over privacy kan soms lastig zijn of pijnlijk. Maar het is ook de taak van een rapporteur om de ‘inconvenient truth’ te vertellen.

Op een vraag uit het publiek of alle bedrijven verplicht hun communicatie zouden moeten versleutelen antwoorde hij dat dat hem inderdaad een goed idee leek en dat het bovendien ook nog goed zou zijn voor de werkgelegenheid bij inlichtingendiensten. Het argument dat er ook slechte dingen mee gedaan kunnen worden gaat niet op, ‘slechte dingen worden ook gedaan met een keukenmes’.

Professor Cannataci legde uit dat hij het privacy-rapporteurschap ziet als een gebouw. Eerst moet je kijken waar het gebouw voor is, een ontwerp maken en een goede fundering leggen, dat is waar hij zich nu op richt als rapporteur. Pas als het fundament goed is kun je gaan bouwen. Een belangrijk vraagstuk is dat het bij privacy nog niet duidelijk is wat precies de definitie ervan is en waar de grenzen liggen. Voor Cannataci staat 2016 in het teken van dit fundamentele probleem.

Tijdens het rapporteurschap ziet Cannataci het als zijn taak om de mogelijke stappen voorwaarts te identificeren en de urgente problemen in kaart te brengen. Zijn eerste rapport is op 8 maart jl. gepubliceerd op de website van de VN High Commissioner for Human Rights (A/HRC/31/64).

 

 

Blijf op de hoogte:

  1. Weblogberichten ontvangen via rss

Reacties: