Monologen zijn niet meer van deze tijd

Weblogbericht | 22-07-2013

Geschreven door Huib Mijnarends.

Zelfreflectie op zijn tijd is helemaal niet zo slecht. Zo blijkt dat ik iemand ben die enigszins achter de trends aan hip-hopt.

Kleding van de delegatie: zo kan het ook

Helemaal niet erg, maar toch goed om te weten. Die zelfkennis behoedt me nu voor uitglijders: EMINEM is namelijk passé en Armin van Buuren mainstream; so be it. Positief aan zelfkennis is bovendien dat je er wat aan kunt doen. Een plaatsing in New York - toch de hipste stad van de wereld - zou mijn vertraagde trendgevoeligheid wellicht weer in balans kunnen brengen. Want de snelheid van het New Yorkse leven, gekoppeld aan de onnavolgbare stroom aan ontwerpers, musici, culinaire hoogstandjes en gadgets betekent dat je dagelijks mee draait in de voorhoede van de trends. Zo hoopte ik althans.

Misrekening was echter dat ik mijn dagen niet doorbreng in de Village, Meatpacking of Chelsea, maar in de burelen van de VN. De bekende toren, de 193 vlaggen, het goudomrande podium in de Algemene Vergadering, het blauwe VN-wapen; al deze uiterlijke kenmerken zorgen ervoor dat het VN-gebouw iets met je doet. Nederigheid? Trots? Importantie? Wie zal het zeggen? Maar één ding staat vast: modern, laat staan hip, is het niet. Behalve dan misschien de delegates lounge waar onze nationale trots Rem Koolhaas de inrichting heeft verzorgd.

Ligt het hip-tekort aan het gebouw of zijn bewoners? Een dagelijkse stroom aan in grijs, blauw en bruin gestoken mensen helpt niet bij het op kleur brengen van het politieke wereldtoneel. De jaarlijkse bijeenkomst van inheemse bevolkingsgroepen bewijst trouwens dat het ook anders kan: kleurige gewaden en hoofdtooien sieren dan het straatbeeld én de conferentiezalen van de VN. Een lust voor het oog. Maar voordat u mij beschuldigt van oppervlakkigheid: uiterlijk vertoon bepaalt nooit de toon. Die wordt gezet door de bijeenkomsten, debatten en side-events die dagelijks door en voor de 193 VN-lidstaten worden georganiseerd.

En daar nu wringt de schoen. Veel van de bijeenkomsten zijn namelijk slaapverwekkend saai. Voornamelijk vanwege het format. Statisch is nog de meest vriendelijke benaming voor de onnavolgbare batterij aan verklaringen die worden opgelepeld. En door slechts zeer weinigen anders dan de eigen delegatie worden geconsumeerd. De VN heeft daar wat aan proberen te doen door voortaan het etiket “interactieve dialoog” te plakken op bijeenkomsten. Dit, in de hoop dat toeschouwers deelnemers worden. IJdele hoop. Het zijn vaak alleen de tolken die opletten.

Veel geklaag dus in de wandelgangen over deze archaïsche manier van vergaderen. Hoe deze New Yorkse bubble lek te prikken en de interesse onder zowel delegatieleden als het publiek te vergroten? Huur een moderator in. Dat doet het bedrijfsleven al jaren. En het werkt. De zaal wordt betrokken, vragen worden gesteld of afgedwongen. Het is en maakt een wereld van verschil. Monologen zijn niet meer van deze tijd.

En ik heb het met eigen ogen gezien. Een door mij in de VN georganiseerde bijeenkomst over Leadership against Homophobia werd gemodereerd door de Nederlandse journalist Michiel Vos. Niet alleen slaagde hij erin om Ricky Martin een 2e coming out te laten opbiechten, maar hij betrok de zaal bij een event dat mede was bedoeld om de buiten- bij de binnenwacht te betrekken. En dat lukte. En dat smaakt dus naar meer.

Wie zegt dat de VN niet kan veranderen?

Meer blogs van Huib Mijnarends:
Contradictie is ook de VN niet vreemd

Blijf op de hoogte:

  1. Weblogberichten ontvangen via rss

Reacties: