Voetbaldiplomatie, sociale media en vrijheid van meningsuiting

Weblogbericht | 25-08-2015

Geschreven door Mirjam Tjassing.

Vrijheid van meningsuiting ligt in Mali niet onder vuur; eerder is er sprake van zelfcensuur. Cultureel is het not done om een meerdere om verantwoording te vragen, en het concept dat in een democratie autoriteiten in dienst staan van de bevolking hebben maar weinigen op het netvlies.

 

Sociale netwerken als Facebook en Twitter werken democratiserend, en Malinese jongeren gebruiken ze in toenemende mate. De Nederlandse ambassade in Mali toont morele steun.

 

In 2012 brak in Mali een meervoudige crisis uit. In het noorden eisten gewapende rebellen onafhankelijkheid, maar werden snel ingehaald door jihadistische groepen die van de rebellie gebruikmaakten om het noorden te bezetten. En alsof dit niet genoeg was, pleegden ontevreden militairen in Bamako een staatsgreep.

In deze roerige periode nam het gebruik van Facebook en Twitter een hoge vlucht. Informatie, geruchten, propaganda, analyses: alles was er te vinden. Op Twitter ontstond de hashtag #grin223, genoemd naar de theedrinkende, het leven bediscussiërende hanggroepjes waar Mali vol van is. ‘+223’ is het kengetal voor Mali. De #grin223 behandelde alles van de laatste roddels over de coupplegers en politici, de gebruikelijke humoristische beledigingen tussen etnische groepen, tot discussies over de geloofwaardigheid van presidentskandidaten.

In die periode begon ik een account op Twitter omdat iemand me vertelde dat hij daar interessante informatie uit bezet gebied opdeed. Twitter bleek in deze onrustige periode, waarin lange tijd een avondklok gold, een bron van informatie, vooral over hoe de bevolking tegen de crisis aankeek. Vaak gaf het me, als politiek medewerker van de ambassade, aanknopingspunten voor onderwerpen om me in te verdiepen. Ik leerde welke twitteraars betrouwbare informatie hadden en wie de goede analisten waren. Langzamerhand ging ik ook zelf het medium gebruiken om over activiteiten van de ambassade te tweeten. Dit had veel positieve respons, vooral omdat naast Nederland weinig (ontwikkelings)partners van Mali actief waren gebleven tijdens de transitieperiode na de staatsgreep van 2012. Langzaam werd ik in de Malinese Twittergemeenschap opgenomen.

In aanloop naar het WK voetbal vroeg een Malinees zich op Twitter af welk team hij zou steunen, aangezien Mali niet meedeed. Ik opperde Nederland. Een enkeling was hiertoe meteen bereid, anderen deden wat lacherig over de kansen van Nederland. Het was aanleiding tot heel wat grappen en grollen.

Een twitteraar vond dat Mali Nederland wel wat verschuldigd was vanwege de contributie aan de VN-vredesmissie MINUSMA. Hij creëerde daarom de hashtag #MSMPB: Mission de Soutien du Mali aux Pays-Bas. Ik gebruikte vervolgens deze hashtag in al mijn tweets over de vorderingen van het Nederlandse team tijdens het WK. En hoe verder Oranje het schopte, hoe meer gebruikers de hashtag kreeg. Ondertussen gingen de politieke discussies door, en het viel me op hoe groot de overlap was tussen #grin223 en #MSMPB.

We besloten de groep op de residentie uit te nodigen om de maker van de hashtag #MSMPB, @malimanie, een Oranjeshirt met zijn naam erop te geven. We grepen de gelegenheid aan om het strategisch plan van de ambassade te presenteren, maar vooral om de jongeren te vragen hoe het nieuwe Mali er wat hen betreft uit moest zien en welke rol ze voor zichzelf zagen.

Daarnaast gaf de bijeenkomst hen de gelegenheid de gezichten achter de Twitterhandles te leren kennen. Enkelen die elkaar op Twitter in de haren waren gevlogen, stelden dat de ander ‘eigenlijk best meeviel’.

De #MSMPB bestaat nog steeds, en komt om de zoveel maanden bij mij thuis voor een lunch. Daar wordt dan veel gelachen, maar ook serieuze zaken komen aan de orde. Onderwerpen als religie en politiek, polygamie, corruptie en nepotisme, werkloosheid: alles komt voorbij.

Ondertussen wordt #grin223 steeds actiever, en niet meer alleen om informatie en meningen uit te wisselen. In de afgelopen maanden vroeg de groep met enkele campagnes aandacht voor onderwerpen die de gemoederen flink deden oplopen. #LibérezNosPasseports riep de autoriteiten op de afgifte van paspoorten te stroomlijnen. Malinezen die een paspoortaanvraag wilden doen moesten vaak wekenlang dag na dag in de rij staan – ook patiënten die een medische evacuatie nodig hadden! Dit zou corruptie in de hand werken; volgens berichten werd meer dan duizend euro neergeteld voor een paspoort dat 75 euro kost, om boven op de stapel te komen. De hashtags #HopitauxPropres en #NettoyezGabrielTouré stelden de erbarmelijke hygiëne in de openbare ziekenhuizen van Bamako aan de orde. 

Beide campagnes, die ook op Facebook werden overgenomen, hadden succes. Een speciale ministerraad trof noodmaatregelen die de wachtrijen binnen enkele dagen tot een fractie deden slinken. En kort na de campagne voor de schoonmaak van de ziekenhuizen, werden opmerkelijke verbeteringen geconstateerd.

#grin223 is geen politieke partij, noch een ngo. Het is een gemeenschap. Weliswaar relatief klein in een land van 16 miljoen inwoners van wie 70 procent analfabeet is, maar zijn zichtbaarheid bij de autoriteiten, het maatschappelijk middenveld, de pers en de internationale gemeenschap is groot, en groeit met de dag.

 

Mirjam Tjassing is op Twitter te volgen op @mirtjas

Blijf op de hoogte:

  1. Weblogberichten ontvangen via rss

Reacties: