Van het recht op vreedzaam protest en de vrije rechter

Weblogbericht | 26-05-2015

Geschreven door Pieter Smidt van Gelder.

Het is een emotioneel moment. Vandaag staan twee prominente mensenrechtenverdedigers, dr. Amin Mekki Medani en Farouk Abu Eissa, terecht.

Samen met een aantal andere diplomaten ben ik aanwezig bij de rechtszaak. Beide verdachten komen in hun imposante witte gewaden de overvolle zaal binnen. Iedereen staat voor hen op en betuigt respect. Gejoel en geklap is hun deel.

Het roept de terechte vraag op – wie staat hier nu eigenlijk terecht? De beide eminente juristen, die geen vlieg kwaad hebben gedaan, en niets anders deden dan hun handtekening zetten onder een politieke verklaring? Of toch de Sudanese overheid zelf?

Als de emotie wat geluwd is leidt de militaire politie, in groten getale aanwezig, de verdachten naar een kooi.

Ik zit naast de zoon van een van de twee aangeklaagden, dr. Amin Mekki Medani. Vorige week heeft hij zijn vader nog gezien, en hij verkeert nu in goede gezondheid.

‘Gespannen,’ zo noemt hij zijn eigen huidige toestand. Misschien komt zijn vader tijdelijk vrij, als de rechter tenminste coulant is. Is hij dat niet en past hij de wet naar de letter toe, dan is er weinig hoop. Op het tekenen van een document, met de gewapende oppositie nog wel, dat oproept tot regime change staat in potentie de doodstraf.

Dan begint met slechts vijftien minuten vertraging de rechtszaak. De rechter is in pak, niet in toga. Hij is goedgehumeurd en maakt zelfs af en toe een grapje. Alleen het lawaai buiten kan hij niet waarderen (‘zo kan ik mijn werk niet doen’). De verdachten behandelt hij met respect, hij noemt zijn mede-juristen ustaaz en luistert goed naar ze. Wel benadrukt de rechter dat het vandaag om een preliminaire zitting gaat; alleen procedurele zaken kunnen aan de orde komen.

De aanklager maakt zijn voornemen bekend getuigen (officieren van de geheime dienst) op te roepen. Onduidelijk blijft waarvan/waarover deze mensen precies zouden kunnen getuigen. De verdediging protesteert: we weten niet om wie het gaat en hebben ons niet voor kunnen bereiden.

Het OM pre-rekwireert. Het ondertekenen van de Sudan Call is een crimineel project en een bedreiging voor de staat, er wordt immers opgeroepen tot regime change en de Call is ook door de gewapende groepen ondertekend.

De verdachten zelf komen aan het woord. Abu Issa stelt dat ze de Sudan Call geschreven hebben ‘for the people of Sudan’; een groot deel van de bevolking staat achter hen. Hij dringt aan op snelle behandeling zonder uitstel. 

Zoals ons kortgeleden door de verdediging al aangekondigd, verzoekt de hoofdadvocaat (namens een groot team raadslieden) om (tijdelijke) invrijheidsstelling van de verdachten, al dan niet op borgtocht.

De rechter beraadt zich, het is minutenlang verbazingwekkend stil. Dan schrijft hij wat op, bladert in de wet en neemt het woord.

Het verzoek wordt afgewezen. Wel wil de rechter haast maken, en stelt komende periode zittingsdagen (maandag en donderdag) vast. Afsluitend meldt de rechter dat dit een ‘simpele zaak’ is die ‘in korte tijd’ afgehandeld kan worden. Of dit een goede zaak is, valt te bezien.

Als iedereen opstaat, lopen mijn Britse collega en ik even naar de verdachten. Wij zijn in staat ze kort te spreken. We vragen hoe het met ze gaat, en of ze goed behandeld worden. Het antwoord is gelukkig bevestigend. Ze zijn zichtbaar tevreden dat we gekomen zijn, (‘thanks for coming, it’s really appreciated’). Buiten vindt ondertussen een demonstratie plaats, een zeldzaamheid in Khartoum. Enkele honderden mensen betuigen, omringd door tientallen bewapende politieagenten, hun steun aan de verdachten. Gelukkig vreedzaam, voor zover te overzien.

Het blijft intrigerend – in een land als dit is geen waarlijk vrije rechtspraak. Maar wellicht is het glas toch halfvol: de verdachten hebben recht op rechtsbijstand, en de behandeling (althans dit deel) is niet achter gesloten deuren. Duidelijk is natuurlijk wel dat dit een politiek proces is. Eventuele vrijlating zal dan ook geschieden op basis van machtspolitieke overwegingen, en niet op basis van juridische. 

En dat gebeurt dan ook. Na ruim 4 maanden gevangenschap, worden beide verdachten vrijgelaten. De reden? Is die er? Ze wordt niet gegeven, de Minister van Justitie maakt gebruik van zijn discretionaire bevoegdheid ingevolgde artikel 58 Wetboek van Strafvordering.

Blijf op de hoogte:

  1. Weblogberichten ontvangen via rss

Reacties: