Over scharlaken vrouwenslips, prostitutie en migratie

Weblogbericht | 24-03-2015

Geschreven door Pieter Jan Kleiweg.

Als Nederlanders krijgen wij -vaker dan we willen- het verwijt té belerend te zijn over mensenrechten. Niet-Westerse landen hebben alsmaar meer moeite ons opgeheven ethische vingertje te aanvaarden.

Wordt onze kritiek op misstanden elders in de wereld beter geaccepteerd als we ook kritisch durven te zijn over sommige misstanden in Nederland?

Die mogelijkheid deed zich hier in Senegal voor.

Prostitutie
Twee in Nederland wonende kunstenaressen (Patricia Kaersenhout en Jimini Hignett –zie foto) exposeerden op de residentie. De titel van hun werk: “handle with care”. Het thema: Afrikaanse vrouwen die gedwongen worden tot prostitutie in Nederland.
Naar schatting 90% van de allochtone vrouwen in de prostitutie in Nederland is slachtoffer van mensenhandel. 

Scharlaken vloer
De zitkamer op de residentie werd geheel leeggemaakt. Op het parket werd een hardboard vloer gelegd en daarop werd rode vrouwenkleding vastgeniet. Bh’s, ondergoed, sexy lingerie, T-shirts, rokken. 56 m². Een vloer van scharlaken stof.

En op vier schermen deden buitenlandse prostituees hun levensverhaal. Een aaneenschakeling van leed, valse beloftes, gedwongen seks op kleine flats in de Bijlmer, schaamte.
Voor deze migrantenvrouwen is Europa niet het gedroomde eldorado. Maar een nachtmerrie waarin ze niet uitkomen. Ook omdat zij hun families in Afrika niet willen vertellen in welke val ze zijn getrapt. 

De bezoekers van de expositie liepen, na het aanschouwen van de getuigenissen, met duidelijke tegenzin over de met kleding getooide vloer. Vertrapten wij niet de vrouwen met onze schoenen?
 

Wij en zij
Wij hadden 20 jonge Senegalese vrouwen van de kledingvakschool uitgenodigd. Met hen sprak ik na afloop over de schaduwzijde van illegale migratie. Die kant was bij velen van hen nog onbelicht.

Ook vertegenwoordigers van prostituee-organisaties waren gekomen, zeg maar de Senegalese ‘Rode Draad’. Lachend wezen de dames naar het kanten-ondergoed dat op de vloer was vastgeniet: “veel te klein voor ons. Typisch voor de smalle billetjes van Europese vrouwen”. Maar achter de grap, was er ook ernst: de sexwerkers in Senegal staan, net als bij ons, onderaan de maatschappelijke ladder. Als registreerde sexwerker kan je je diensten aanbieden, mits je over een gezondheidsboekje beschikt dat maandelijks wordt gestempeld. Maar 95% van de prostituees zijn ongeregistreerd.

De Senegalese media doen goed verslag van de expositie. Men vindt het positief dat een land als Nederland ook naar zichzelf durft te kijken. Maar er was wel een waarschuwing: “Deze expo is niet voor tere zielen”. En op Facebook schreef iemand: “ik hoop niet dat u onze Senegalese gebruiken en mores zult kwetsen”.

Rode slipjes op de residentie, in een conservatief en islamitisch land. Kan dat? Ja. Kunst is er ook om te provoceren. We blijven Nederlanders.

 

Blijf op de hoogte:

  1. Weblogberichten ontvangen via rss

Reacties: