Vrouwenrechten – geen zaak van vrouwen alleen

Weblogbericht | 10-03-2015

Geschreven door Pieter Smidt van Gelder en Kasper van Laarhoven.

‘A dream, but also a duty, our duty,’ zo noemt een van de aanwezigen de strijd voor gelijke rechten voor vrouwen.

Sinds de Beijing Declaration (1995) is er veel gebeurd. Meer meisjes dan ooit gaan naar school, minder vrouwen dan ooit sterven in het kraambed en meer vrouwen dan ooit hebben leidinggevende posities in de publieke en private sector. Tegelijkertijd blijft er nog zeer veel te doen. Voor veel vrouwen, vooral in de minst ontwikkelde landen, gaat het allemaal erg langzaam. Eén enkel voorbeeld: in Afrika verwerken vrouwen 70% van alle oogsten, terwijl slechts 2% van de landbouwgrond ook daadwerkelijk in hun bezit is.  

Wie nu meent dat de strijd tegen achterstelling van vrouwen een zaak van arme landen alleen is, heeft het mis. Ook in ons eigen rijke Nederland vallen nog heel wat werelden te winnen. Zo is van al onze senatoren slechts een derde vrouw en is slechts één op de vijf Nederlandse burgemeesters van het vrouwelijk geslacht. Voor hetzelfde of gelijkwaardig werk verdienen Nederlandse vrouwen gemiddeld 18% minder dan hun mannelijke collega’s. En dan ten slotte in onze eigen beroepsgroep: hoewel we een vrouwelijke SG hebben, is maar een kwart van al onze ambassadeurs vrouw.  

Hier in Khartoum, Sudan besteden we uitgebreid aandacht aan internationale vrouwendag. Geen overbodige luxe. Hoewel Sudan de Beijing Declaration wel tekende, is het een van de weinige landen die het Vrouwenverdrag CEDAW niet ratificeerden. Er zijn positieve zaken te melden. In tegenstelling tot enkele zeer conservatieve landen nemen vrouwen in Sudan deel aan het openbare leven. Ze bekleden functies in publieke en private sector, zijn minister, ambassadeur en bezitten bedrijven. Ook mogen ze autorijden. Aan de grootste universiteiten van hoofdstad Khartoum studeren tegenwoordig meer meisjes dan jongens (af). Maar ook hier vallen nog heel wat werelden te winnen, bijvoorbeeld ten aanzien van zelfbeschikkingsrecht en een gelijkwaardige maatschappelijke positie. Ook de situatie voor vrouwen in de vele conflictgebieden die Sudan nog altijd kent, en het hoge aantal gevallen van verkrachting, is onderwerp van aanhoudende zorg.

Het is zaterdagavond, 7 maart. Op de residentie van onze eigen vrouwelijke ambassadeur Susan Blankhart hebben zich ruim honderd mensen verzameld. Na de inleidende woorden van de ambassadeur is het woord aan Nahid Gabralla van SEEMA. Samen met deze NGO die zich inzet voor vrouwen- en kinderrechten hebben we dit jaar het evenement rondom de vrouwendag georganiseerd. Dankzij deze NGO hebben we onder meer een expositie met schilderijen die gevoelige onderwerpen als vrouwenbesnijdenis niet schuwen. SEEMA is blij en verheugd dat de ambassade een podium biedt; nog vorig jaar werd hun eigen bijeenkomst om onduidelijke redenen door de geheime dienst verboden en ook dit jaar werd hun licentie ingekort. Vervolgens op het programma: de mannelijke Sudanese journalist dr. Madjoub Saleh, die vocaal en eloquent aandacht vraagt voor het thema van gelijke rechten. Achter in de tuin heeft UN WOMEN een stand met de campagne HeForShe. Hierbij worden mannelijke aanwezigen (ja, die zijn er ook) opgeroepen de petitie te ondertekenen (doel is één miljard handtekeningen). De boodschap? Emancipatie zou evengoed een mannenmissie moeten zijn. Op het centrale podium volgt een korte theatervoorstelling. Hoewel wat esoterisch en erg poëtisch, valt het opvallend maatschappijkritische stuk bij de overwegend Sudanese gasten bijzonder in de smaak. De avond wordt afgesloten met de traditionele vrouwenband Al-Dingir, die drummend op in water drijvende kalebassen het publiek aan het dansen krijgt. Er wordt gelachen en geüluleerd, mannen en vrouwen bewegen zich vrij door elkaar; binnen de muren van de residentie in Sudan is vanavond, voor even, iedereen gelijk.

Blijf op de hoogte:

  1. Weblogberichten ontvangen via rss

Reacties: