Oorlogsmisdrijven in Syrië mogen niet onbestraft blijven

Weblogbericht | 03-03-2015

Geschreven door Maurits Oskam.

Sinds het begin van de oorlog in Syrië zijn er naar schattingen van de Verenigde Naties al meer dan 200.000 mensen om het leven gekomen. Dat er vandaag de dag nog altijd ernstige oorlogsmisdrijven worden gepleegd kan niemand met toegang tot social media ontgaan.

Er zijn filmpjes van helikopters die zogenaamde barrel bombs - vaten gevuld met explosieven en metalen - op wijken vol onschuldige burgers gooien. Gruwelijke foto's van martelingen in gevangenissen. En niet te vergeten de afschuwelijke "Glossy" van terreurbeweging Islamitische Staat.

Sinds 2011 doet een onderzoekscommissie van de VN onderzoek naar misdrijven gepleegd in Syrië. En deze maand zal de commissie alweer haar negende rapport aan de Mensenrechtenraad presenteren. Deze Commissie heeft echter nog altijd geen toegang tot Syrië en is daarom onder andere afhankelijk van interviews met vluchtelingen in de omliggende landen.

Maar gelukkig staat de Commissie er niet alleen voor. Inmiddels zijn vele organisaties - zoals het Syria Justice and Accountability Centre - actief bezig met het verzamelen van bewijsmateriaal. Dat is belangrijk voor de toekomst. In de eerste plaats omdat dat bewijs over 5, 10 of 20 jaar belangrijk zal zijn voor het veroordelen van personen die oorlogsmisdrijven hebben gepleegd of daartoe opdracht hebben gegeven. In de tweede plaats is het bewijs belangrijk voor waarheidsvinding en verzoening. Het verleden, hoe pijnlijk ook, zal immers een plek moeten krijgen in een toekomstig stabiel en vredig Syrië.

Het verzamelen van bewijs is gevaarlijk werk vanwege de veiligheidssituatie in het land. Maar ook omdat mensen die misdrijven vastleggen zich vaak niet populair maken bij de strijdende groepen. Bovendien verliezen Syriërs na jaren van oorlog en weinig uitzicht op vrede steeds meer de hoop op eerlijke en onafhankelijke strafprocessen. Steeds vaker verruilen zij daarom de camera voor het geweer. Financiële en politieke steun aan organisaties en mensen die bewijs verzamelen is daarom belangrijker dan ooit.

Nederland zal zich daar dan ook voor blijven inzetten. Zo organiseerde het Ministerie van Buitenlandse Zaken – samen met de Verenigde Staten en Denemarken - vorige week in Den Haag een conferentie voor de vele organisaties die, vaak met gevaar voor eigen leven, actief zijn in Syrië. Door betere samenwerking tussen deze organisaties te stimuleren kan een stevige vuist gemaakt worden tegen straffeloosheid.

Vervolging van de vele oorlogsmisdrijven zal een proces van de lange adem worden. Maar zoals de nog altijd lopende strafprocessen voor misdrijven begaan in Voormalig Joegoslavië aantonen: rechtvaardigheid is geduldig.

Zie voor het laatste rapport van de UN Commission of Inquiry: http://www.ohchr.org/EN/HRBodies/HRC/IICISyria/Pages/IndependentInternationalCommission.aspx

 

Blijf op de hoogte:

  1. Weblogberichten ontvangen via rss

Reacties: