11 doden: rustige nacht

Weblogbericht | 26-01-2015

Geschreven door John Groffen.

Als reactie op de aanslag op Charlie Hebdo vonden wereldwijd grote demonstraties plaats. Vrijwel meteen stelde de internationale gemeenschap zich de vraag waarom er vergeleken daarmee zo weinig aandacht was voor Boko Haram.

Een vrachtwagen die aandacht vraagt voor ontvoerde meisjes in Noordoost-Nigeria

Als reactie op de aanslag op Charlie Hebdo op 7 januari vonden wereldwijd grote demonstraties plaats. Maar vrijwel meteen stelde de internationale gemeenschap zich de vraag waarom er vergeleken met de miljoenen die in Parijs en andere steden op de been kwamen, zo weinig aandacht was voor de Boko Haram-aanval op de Nigeriaanse grensplaats Baga enkele dagen eerder, waarbij volgens berichten misschien wel 2000 burgerdoden zouden zijn gevallen. Het leek erop alsof er met twee maten werd gemeten, of dat het geweld in Noordoost-Nigeria als normaal kon worden beschouwd.

Slachtpartijen als Baga mogen natuurlijk nooit als ‘normaal’ worden beschouwd, maar ook ikzelf heb gemerkt hoe snel je in Nigeria ‘afstompt’ door het niet-aflatende nieuws over grof geweld en hoe je jezelf dan met een stoïcijnse houding probeert te beschermen. Na aankomst in Nigeria in de zomer van 2013 viel mij op hoe vaak de voorpagina van de kranten melding maakte van grote aantallen slachtoffers van Boko Haram-acties in het noordoosten: dat leidde bij mij al snel tot de cynische constatering dat als er maar 11 doden waren gevallen die nacht een rustige was geweest. En als ik al zo dacht na enkele weken, hoe moet dat niet zijn voor de doorsnee-Nigeriaan?

Things fall apart?

Het blijft opvallend: de gelatenheid waarmee Nigerianen het geweld in het noordoosten lijken te accepteren.  Dat heeft te maken met de diversiteit van de inwoners van Nigeria: ieder heeft toch allereerst de neiging te letten op de belangen van de ‘ ‘zijnen’: ‘wij uit het Noorden’, ‘wij Christenen’, ‘wij Tivs’, ‘wij Lagosianen’. Dat leidt tot een ‘ieder voor zich, God voor ons allen’-mentaliteit. De uitgestrektheid van het land draagt er daarnaast aan bij dat de situatie in Borno en Yobe voor andere delen van het land een ver-van-mijn-bed-verhaal vormen, ook omdat video- of beeldmateriaal en ooggetuigenverslagen vaak ontbreken. En ten slotte heeft de gemiddelde Nigeriaan geen gemakkelijk leven: velen van hen leven onder de armoedegrens en kunnen zich de luxe van veel empathie met hun landgenoten niet veroorloven.

Maar als Nigerianen niet geshockeerd lijken door de grote aantallen Boko Haram-slachtoffers en de nieuwsbladen zich beperken tot obligate artikelen, ontstaat er vanzelfsprekend ook niet veel aandacht in de internationale media.

Responsibility to protect?….

Net zoals de gelatenheid van de Nigerianen verbaast, is het moeilijk te begrijpen waarom het Nigeriaanse leger zo weinig succesvol is in de strijd tegen Boko Haram. Hoe is het mogelijk dat een sterk en goed georganiseerd leger dat met succes deelnam aan VN-vredesmissies in Afrika niet in staat is met meer resultaat te opereren tegen een groepering als Boko Haram?

Daar worden veel verklaringen voor aangedragen, maar het is een feit dat de regering niet beschikt over een samenhangende strategie, misschien ook zelfs niet over de politieke wil om de strijd effectief te voeren. Daarbij komt dat er inmiddels ook partijen (wapenhandelaren, corrupte elementen in het bestuur en leger) belang hebben gekregen bij het voortduren van de strijd. Nigeriaanse militairen die moeten strijden in het noordoosten raken daardoor en door het toenemende succes van Boko Haram minder en minder gemotiveerd, en zijn daarmee nog slechter in staat weerstand te bieden. Hoewel de internationale gemeenschap – met name na de ontvoering van de meisjes uit Chibok – Nigeria alle hulp en samenwerking aanbood, staat Nigeria niet te springen die hulp te aanvaarden; de reden daarvoor lijkt een mengeling van trots (‘we kunnen het zelf wel af’), schaamte en de onwil pottenkijkers een blik in de keuken te laten werpen.

Maar een gebrek aan militair succes dat het Nigeriaanse leger over zichzelf lijkt af te roepen en een gebrek aan afkeer bij de Nigerianen over de aanhoudende moordpartijen, kan voor de internationale gemeenschap geen excuus zijn om Boko Haram dan maar ongecontroleerd zijn gang te laten gaan. Want nu al is de destabiliserende werking van deze terroristische organisatie ook buiten het noordoosten van Nigeria merkbaar: hierdoor neemt dit verwaarloosde lokale conflict meer en meer een regionale en zelfs internationale dimensie aan. Het geweld van Boko Haram zal – wanneer het geen halt wordt toeroepen – voortgaan en alleen maar in heftigheid toenemen.

…. of Nigeria helpen zichzelf te helpen

We kunnen Nigeria niet links laten liggen: op de eerste plaats zal de regio, maar later ook de hele wereld de gevolgen ondervinden van een in toenemende mate instabiel, in het slechtste geval uiteenvallend Nigeria. Aan de andere kant heeft een stabiel Nigeria ons ook onnoemelijk veel goeds te bieden. Met zijn grote bevolking, zijn economische slagkracht die met enige vooruitgang in infrastructuur, voedselvoorziening, elektriciteit, gezondheidszorg en onderwijs enorm zal groeien, kan Nigeria een succesverhaal op het Afrikaanse continent worden. Maar zoals gezegd: die belofte kan alleen worden waargemaakt indien de stabiliteit van Nigeria is gegarandeerd.

Hulp en assistentie aan dit land is en blijft dus noodzakelijk. De grote vraag waarvoor de regionale en internationale gemeenschap zich gesteld ziet, is op dit moment: hoe help je een land dat stelt daaraan geen behoefte te hebben? Aan het overtuigen van Nigeria dat de hulp die aangeboden wordt, in ons aller belang is, zal de internationale gemeenschap nog een hele kluif hebben.

Blijf op de hoogte:

  1. Weblogberichten ontvangen via rss

Reacties: