Beleving

Weblogbericht | 14-01-2015

Geschreven door Pieter Smidt van Gelder.

Zondag 5 PM stond er op het bordje. Hoogmis in de kathedraal van Khartoum. Wij, naïeve Westerlingen, zijn er precies op tijd. Om vijf uur is de kerk nog maar half gevuld, en van priesters is geen spoor te bekennen.

God heeft de Europeanen de klok gegeven, en de rest van de wereld de tijd, zo heet het dan. Langzaam druppelt het vol. Onder tientallen ventilators (ook in deze tijd van het jaar wordt het nog gemakkelijk 30 graden) zitten we in de buitenlucht, naast de kerk zelf. Die is te klein voor het grote aantal gelovigen.

Als de mis dan tegen zessen begint, is er ook echt iets aan de gang. Kwistig wordt het wierookvat heen- en weergezwaaid, de geur is alom tegenwoordig. Niet een, twee of drie, maar tientallen geestelijken in witte kazuifels schrijden naar het altaar, waar een levensgroot kruis hangt. Een groep jongens en meisjes in feloranje shirts loopt zingend en dansend voorop. Niemand staat er stijfjes bij, de priesters doen vrolijk mee. Alle aanwezigen, inmiddels naar schatting 2.000, zingen uit volle borst. Hier is religie niet alleen zingeving, maar eerst en vooral beleving. Het bevreemdt mij dan ook altijd weer als mensen zeggen: ‘in dit land [vul willekeurig land in Afrika of Latijns Amerika in] zijn mensen nog heel gelovig’. Hoezo nog? Is dat binnenkort afgelopen? Niets wijst daarop.

De mis is volledig in het Arabisch, en we kunnen het aardig volgen. Eerste lezing, tweede lezing, Heilig evangelie (weer overvloedig wierook), preek. Als we na de communie weggaan, zien we dat de kerk nu echt overvol zit. Sterker nog, de meeste mensen hebben niet eens een zitplaats kunnen vinden en staan hutje mutje achterin.

Tijd voor een nieuw kerkgebouw? De plaatselijke autoriteiten vinden van niet. Voor de scheiding was Sudan weliswaar overwegend islamitisch, maar vormden christenen een grote minderheid. Nu wonen er nog maar een paar honderdduizend christenen in het noorden en maken ze naar schatting minder dan 3% van de bevolking uit. Geen behoefte aan nieuwe kerken dus, aldus de autoriteiten. De meeste woordvoerders van christelijke gemeenschappen (katholiek, koptisch, protestant) zijn het niet mee eens: moskeeën zijn er al in overvloed, en er zijn er de laatste jaren vele bijgebouwd. Voor elke bouwvergunning voor een kerk moet je hemel en aarde bewegen.

In contacten met de overheid hier probeert Nederland de boodschap over te brengen: godsdienstvrijheid is een belangrijk mensenrecht. Het houdt in dat iedereen vrij moet zijn een religie van zijn of haar keuze aan te hangen. Binnen redelijke grenzen vrij moet zijn nieuwe gebedshuizen op te richten. Maar het houdt ook in de vrijheid in het geheel geen godsdienst aan te hangen, of van religie te veranderen. Valt deze boodschap in goede aarde? Ja, in theorie worden ook minderheidsgodsdiensten hier gerespecteerd. De praktijk is helaas weerbarstiger.

Blijf op de hoogte:

  1. Weblogberichten ontvangen via rss

Reacties: