Slavernij: nog geen geschiedenis, nog niet weg uit Europa

Weblogbericht | 04-07-2013

Geschreven door Matthijs van Bonzel.

Roemeense meisjes gedwongen tot prostitutie in Nederland: onbestaanbaar.

Boekarest, Roemenië. We staan in het op een na grootste gebouw ter wereld. Het Parlementspaleis. Een megalomaan gebouw, uit de jaren ’80, de tijd van de communistische dictator Ceaucescu. Alleen het Pentagon is groter.

Niet een plek waar je een discussie over moderne slavernij zou verwachten. Toch spreekt onze Nationaal Rapporteur Mensenhandel hier een groep Europese Parlementsleden en Ngo’s toe. Corinne Dettmeijer-Vermeulen belicht met kennis van zaken het lot van jonge mensen die door criminelen - of soms zelfs hun eigen familie – op reis worden gezet, op reis naar West-Europa. Om daar in de prostitutie te werken. Of te worden uitgebuit. In de landbouw, huishouding of industrie. Mw. Dettmeijer-Vermeulen vraagt meer aandacht voor dit onderwerp in Europa. De aanwezige parlementariërs knikken. Zij realiseren zich dat er nog veel gedaan moet worden. Om deze moderne slavernij effectiever te bestrijden. Binnen onze eigen EU. Mw. Dettmeijer doet voorstellen: smeed nieuwe coalities, betrek gemeenten, luchtvaartmaatschappijen, ziekenhuizen en zelfs tatoeage-winkels daarbij. Haar presentatie maakt indruk. Nederland wordt als bestemmingsland van exploitatie gezien, maar ook als pioniersland in het aanpakken van het fenomeen.

We zijn hier als Nederlanders met een breed gezelschap. Als ambassadeur ben ik daar trots op. We doen alvast wat Mw. Dettmeijer de parlementsleden op het hart drukt. Inmiddels zitten we in de conferentiezaal. Daar is Tweede Kamerlid – en voormalig rechter - Peter Oskam. Daar zijn ook medewerkers van de gemeente Amsterdam, en van hulpverleningsorganisatie HVO Querido. Van onze Ambassade is de politie-liaison er – ze is speciaal van vakantie teruggekomen. Daarnaast onze politieke medewerker, en de medewerker voor mensenrechten. Het lijkt veel. Grote conferenties in mooie zalen veranderen soms weinig aan de werkelijkheid. Maar soms ook wel, en daar zoeken we naar. Vergeet even de zaal. Het samenbrengen van uiteenlopende mensen, daar gaat het om. Om samen tot nieuwe ideeën te komen. Bruggen bouwen. Dat is het begin. De ambassade kan dat, heeft contact met iedereen, brengt mensen bijeen.

Neem deze bijeenkomst, deze week. We hoorden van verschillende Nederlanders, los van elkaar, dat ze in dezelfde week naar Boekarest kwamen. Om te praten over mensenhandel. Dus legden wij de verbindingen, tussen de Nederlanders onderling, maar ook met onze Roemeense contacten, binnen en buiten de politiek. Ik kon Mw. Dettmeijer voorstellen aan de voorzitter van het Roemeense parlement. Hij is een voorvechter van dit onderwerp in zijn land. Mijn medewerkers maakten plannen met de gemeente Amsterdam en HVO Querido over terugkeer van slachtoffers van mensenhandel naar Roemenië. We konden hen in contact brengen met de directeur van een voortreffelijke Roemeense NGO – waar ze nu misschien mee gaan samenwerken. Het opvangcentrum van deze organisatie bezocht ik onlangs. Een Roemeens blijf-van-m’n-lijf huis, buiten Boekarest, op een verborgen locatie. Ter plaatse werden nieuwe ideeën geboren, samenwerkingsverbanden opgezet. De burgemeester kwam, omdat de ambassadeur kwam. Zo gaat dat. En dus kon ik hem vragen om steun. Hij beloofde ter plekke een aantal dingen te zullen regelen om het huis te helpen. Zo zet je stappen verder. Zo krijgt een Ambassade dingen voor elkaar. Met een netwerk van mensen die we kennen, met kennis van de situatie ter plaatse, en met de overtuiging dat we kunnen helpen: Nederland en de wereld daarbuiten.

Ik zag in het opvangcentrum hoe ze terugkomen, meisjes en jonge vrouwen die in andere Europese steden werden gedwongen tot prostitutie: fysiek mishandeld, mentaal beschadigd. Ze zijn het vertrouwen in zichzelf en in de samenleving kwijt. Kunnen vaak niet terug naar huis, bang opnieuw slachtoffer te worden. Of gediscrimineerd te worden omdat ze (nota bene tegen hun wil!) als prostituee gewerkt hebben. Ik vind dat we móeten proberen deze vrouwen te beschermen. Ook: de criminelen aanpakken die deze netwerken exploiteren. Plus: voorkomen dat er nieuwe slachtoffers vallen. Van onze verbindingsman van de Koninklijke Marechaussee, op bezoek in Boekarest, hoorde ik hoe hij een Roemeens meisje had helpen ontsnappen dat in Groningen gedwongen werd tot prostitutie. Juist omdat hij hier in Boekarest was, collega’s kende, en hier getipt werd. Door zijn persoonlijke inzet verdween haar geval niet in een bureaucratische molen, maar werd het direct opgepakt. Op de Nederlandse en Roemeense politie deed hij met succes een beroep: ‘Als we dit over het weekeinde heen tillen, wordt ze misschien nog 40 keer verkracht, en weggevoerd, elders heen’. Maar nu, tientallen telefoontjes verder, was het meisje in veiligheid. En werd een onderzoek gestart tegen de daders. Dit alles door de politie in Nederland en in Roemenië, in goede samenwerking.

Op het juiste moment op de juiste plek zijn, de mensen kennen die iets kunnen betekenen, en die mensen weer in contact brengen met anderen. Dat is ons werk. Het geeft voldoening voor de korte termijn, maar ook energie om door te gaan... met preventie bijvoorbeeld. Zo steunt de ambassade acties van de vrijwilligers van de Roemeense Kindertelefoon, met succes. Mondige kinderen zijn minder naïef, beter bestand tegen de wereld waarin ze terechtkomen. En dat is hard nodig.

Meer blogs over vrouwenrechten:
Vrouwenrechten in Aghanistan: geen kunst?

Blijf op de hoogte:

  1. Weblogberichten ontvangen via rss

Reacties: