Het nut van Nederlandse steun aan mensenrechtenorganisaties: de situatie in Burkina Faso

Weblogbericht | 18-12-2014

Geschreven door Mirjam Tjassing.

Wat er de afgelopen maanden in Burkina gebeurde

Joe Penney—Reuters

U heeft het vast gevolgd: enkele weken geleden moest president Blaise Compaoré van Burkina Faso het veld ruimen. Na 27 jaar (wel, eigenlijk 31, als we de jaren Sankara meetellen) vonden de vriendelijke Burkinabé het wel genoeg. Nepotisme, corruptie, straffeloosheid, en een tot de tanden bewapende presidentiële garde die er zijn hand niet voor omdraaide om ongelukken te ensceneren voor mensen die wat lastig waren voor het regime: het moest maar eens afgelopen zijn. En als Compaoré niet besloten had de grondwet aan te passen om nog eens een paar jaar te kunnen blijven zitten, dan was het misschien nog met een sisser afgelopen.

Maar Beau Blaise, zoals hij ook wel genoemd werd, dacht daar anders over. Al jaren gingen geruchten dat hij van plan was de grondwet aan te passen, maar hij sprak zich er nooit over uit. Eind oktober kwam het proces ineens in een stroomversnelling. Op 30 oktober zou het parlement stemmen over de aanpassing van artikel 37 van de grondwet.

Compaoré had echter buiten het maatschappelijk middenveld gerekend. Onmiddellijk na het regeringsbesluit kondigden organisaties als de Balai Citoyen (burgerbezem) grote demonstraties aan in aanloop naar 30 oktober. Op 28 oktober gingen in één van de armste landen ter wereld, met zo’n 16 miljoen inwoners, honderden duizenden, misschien wel een miljoen mensen de straten van Ouagadougou op. Te voet, te fiets, te brommer - van heinde en verre kwamen met name jongeren naar de hoofdstad om hun stem te laten horen. Ook in andere steden van Burkina werd gedemonstreerd.

De rest is geschiedenis. Compaoré trok zijn voorstel niet in, maar de demonstranten zetten door. Met de handen in de lucht, en soms op handen en voeten om te tonen dat ze ongewapend waren, trokken de demonstranten op naar het presidentieel paleis. Een deel van de ordediensten liep over naar de demonstranten, anderen weigerden het geweld te gebruiken waartoe ze opdracht hadden gekregen. Uiteindelijk liep de druk zo hoog op dat Compaoré op 31 oktober gedwongen was af te treden.


Wat opviel was de ongelooflijke discipline waarmee de demonstranten te werk gingen. Ja, er werd geplunderd: het parlementsgebouw, waar over de grondwetsherziening gestemd had moeten worden, ging in vlammen op. Het daarnaast gelegen hotel, waar de parlementsleden die vóór de wijziging moesten stemmen de avond van te voren door de president waren onder gebracht, werd geplunderd, evenals een hotel dat toebehoorde aan de vrouw van Blaise Compaoré. Ook het huis van François Compaoré, de broer van Blaise - en nog veel gehater - werd binnenstebuiten gekeerd, en enkele huizen van de meest virulente voorstanders van de grondwetswijziging werden eveneens geplunderd. Een twintigtal demonstranten kwam om het leven.

Maar geen stoplicht, geen winkelraam, geen ministerie of ambassade werd tijdens de dagen van demonstraties aangeraakt. Sterker nog: op 1 november, de dag na het vertrek van Compaoré, gingen de demonstranten na een oproep van de Balai Citoyen, de straat weer op, maar nu om het afval op te ruimen! En op maandag 3 november waren banken en winkels gewoon weer open.

Compaoré weg, en wat nu?

Als het maatschappelijk middenveld en de politieke oppositie na het vertrek van President Compaoré het heft niet in eigen handen hadden genomen, dan hadden de militairen de macht volledig in handen gespeeld gekregen. Gelukkig gebeurde dit niet. In een Transitie Charter, opgesteld door twee professoren, werden de Transitie-organen beschreven. Heel belangrijk was daarin de opname van een Commissie voor Hervormingen. Zo werd een voorschot genomen op de mogelijkheid dat er – zoals in Mali na de staatsgreep van 2012 – een discussie zou ontstaan over de legitimiteit van hervormingen in een transitieperiode.

Een dertig jaar oud systeem verandert niet door een paar kopstukken te verjagen. Democratisering vraagt meer dan het organiseren van verkiezingen. Maar welke hervormingen, hoe, wanneer? De meningen verschillen. En dus gaat het nu minder om wie er aan de macht is, en meer over de principes waarop het nieuwe systeem gebouwd moet worden. Dat zal nog heel moeilijk gaan worden, maar het maatschappelijk middenveld is er klaar voor.


 

De rol van Nederland…

Twee weken na de opstand bracht ik namens de Ambassade een bezoek aan Ouagadougou. Om een goed beeld te kunnen krijgen van de situatie had ik onder andere afspraken gemaakt met vertegenwoordigers van enkele mensenrechtenorganisaties die Nederland tot het sluiten van onze Ambassade in 2013 had gesteund. Enkelen van hen kende ik nog van de tijd dat ik (tot eind 2011) zelf op die Ambassade werkte en o.a. het cultuurprogramma beheerde dat een sterk mensenrechtenkarakter had.

En zo kwam het, dat ik door verschillende personen vol enthousiasme werd bedankt voor de belangrijke rol die Nederland in de omwenteling had gehad. En dat nog wel, terwijl we geen ambassade meer hebben in Burkina. Gaandeweg de gesprekken werd het volgende plaatje geschetst.

...in de opstand…

In de mobilisatie van de jongeren voor de demonstraties speelde zoals vermeld de organisatie Balai Citoyen een belangrijke rol. Deze organisatie werd geleid door twee artiesten, een rapper en een reggae-artiest, die in de afgelopen jaren zogenaamde ‘concerts pédagogiques’ gaven. Tijdens die concerts pédagogiques werden de jongeren gevraagd zich te organiseren van straatniveau tot wijkniveau etc. Belangrijker nog was dat diezelfde jongeren tijdens die concerten werd opgeroepen zich te allen tijde als verantwoordelijke burgers te gedragen.

De Balai Citoyen is voortgekomen uit drie organisaties die in het verleden door Nederland werden gefinancierd. Allereerst is daar het Centre de Press Norbert Zongo, een organisatie die strijdt voor de vrijheid van meningsuiting. Om jongeren voor de persvrijheid te interesseren, organiseerde deze organisatie muziek- en filmfestivals. Een spin-off van deze activiteiten werd vervolgens de organisatie SEMfilms, die video’s produceert over mensenrechtenthema’s (op youtube te vinden onder Droit Libre TV) en het jaarlijkse mensenrechtenfilmfestival Ciné Droit Libre organiseert – tot voor kort dus ook door Nederland gefinancierd.

Twee Burkinabé musici, Smockey en Sams’K le Jah, begonnen ooit als geëngageerde artiesten die door hun politieke teksten moeilijk een podium vonden. Dankzij de festivals van het Centre de Presse, Ciné Droit Libre en Jazz à Ouaga (een hobby van Abdoulaye Diallo, wiens persoon als een rode draad door de verschillende organisaties loopt – en ja, wederom door Nederland gefinancierd) konden deze hun stem en hun publiek vinden. In 2013 haalde het Ciné Droit Libre Festival de jongeren van Y En A Marre uit Senegal naar Burkina. Y En A Marre had een jaar eerder een stokje weten te steken voor de poging van toenmalig President Wade om aan het pluche vast te houden. De ontmoeting tussen Smockey en Sams’K le Jah en de Senegalezen leidde tot de oprichting van de Balai Citoyen.

…in de vormgeving van de Transitie…

Niet alleen in de opstand speelden door Nederland gefinancierde organisaties een rol. De twee professoren die de Transitie Charter schreven, Augustin Loada en Luc Marius Ibriga, waren eveneens de directeur van het Centre pour la Gouvernance Démocratique (CGD) en de voorzitter van het uit het CGD voortgekomen Forum des citoyennes et citoyens de l'Alternance (FOCAL). U raadt het al: ook het CGD werd groot met Nederlandse financiering.

…en tijdens de Transitie

Vertegenwoordigers van de door Nederland gefinancierde mensenrechtenorganisaties zullen ook tijdens de Transitie van zich blijven laten horen. Chérif Sy, de voorzitter van het Centre de Presse Norbert Zongo, was één van de kandidaten van het maatschappelijk middenveld voor het Transitiepresidentschap en werd uiteindelijk voorzitter van het Transitieparlement. Professor Augustin Loada werd Minister van Ambtenarij, een strategische positie om nepotisme en corruptie in het ambtenarenapparaat aan te pakken. De Balai Citoyen heeft er de voorkeur aan gegeven buiten de Transitieorganen te blijven om zo hun rol als maatschappelijke vertegenwoordigers zo goed mogelijk te kunnen blijven spelen.

Tot slot

Natuurlijk heeft Nederland geen rol gespeeld in de omwenteling in Burkina Faso. Die omwenteling was een nationaal proces, waarin enkele geëngageerde personen de grote frustratie van de bevolking over het gebrek aan democratie en respect voor mensenrechten wisten te kanaliseren tot een opstand die de President dwong te vertrekken.

Wat de Nederlandse steun wèl heeft gedaan, is het maatschappelijk middenveld de middelen geven om die vrijwel onvermijdelijke omwenteling op een constructieve wijze te laten verlopen, langs principes van respect voor mensenrechten, burgerschap, democratisering en goed bestuur. Een aantal van onze collega’s hebben daarbij een belangrijke rol gespeeld – zo werd mij door onze voormalige partners op het hart gedrukt – en die wil ik hierbij graag noemen:

  • Sonia van Nispen, voor haar vertrouwen in de oprichters van het Centre de Presse Norbert Zongo en haar wil hen bij te staan;
  • Caecilia Wijgers, voor het zoeken van andere donoren – eerst Amnesty International en Prins Claus Fonds toen financiering door de ambassade nog te gevoelig was, en later Zweedse en Deense steun om de financiering te diversifiëren;
  • Ambassadeur Alphons Hennekens, voor de moed om de financiering voor het Festival voor de Persvrijheid van het CPNZ niet in te trekken toen de Burkinabe autoriteiten hier om politieke redenen om vroegen;
  • Paul Tholen, voor zijn onverschrokkenheid in de politieke dialoog; en
  • Bert Vermaat, voor zijn strategisch inzicht, moreel kompas en zijn grote vriendschap.

Mijn petje af voor jullie!


Blijf op de hoogte:

  1. Weblogberichten ontvangen via rss

Reacties: