Managua: hoe te dealen met probleemjongeren?

Weblogbericht | 18-12-2014

Geschreven door Bastiaan Engelhard.

'Waarom zou een goed verdienende drugsdealer zijn praktijken opzeggen om nu tien keer minder te verdienen?', vraag ik.

'Waarom zou een goed verdienende drugsdealer zijn praktijken opzeggen om nu tien keer minder te verdienen?', vraag ik aan Luis*. Luis is nu 28 jaar en verdiende de afgelopen jaren USD 200 dollar per dag met het dealen van wiet en coke op de straten van Managua, de hoofdstad van Nicaragua. Nu verdient hij USD 20 dollar per dag, maar hij zegt een gelukkiger mens te zijn. 'In mijn vorige leven was er veel geweld', zegt hij. 'Om te zorgen dat jongens uit andere wijken of van andere gangs niet in mijn straat gingen verkopen, moesten we wel geweld gebruiken. Eerst met zelfgemaakte messen. Later met vuurwapens, afhankelijk van merk en kaliber al verkrijgbaar vanaf USD 350 dollar. Ook de politie moesten we wat toeschuiven om een oogje dicht te knijpen.'

Luis is een paar jaar geleden in contact gekomen met het Centrum voor de Preventie van Geweld, CEPREV, een organisatie die steun krijgt uit het Midden-Amerika Programma. CEPREV werkt naast Nicaragua ook samen met partners op de straten en in de gevangenissen in El Salvador, Guatemala en Honduras, de meest gewelddadige landen ter wereld. De organisatie biedt psychosociale steun aan jongeren in probleemwijken met veel werkloosheid, criminaliteit, drugsmisbruik en huiselijk geweld. Afpersing en afrekeningen zijn er eerder regel dan uitzondering. Vooral kleine ondernemers moeten het ontgelden. Taxichauffeurs werken op maandag, dinsdag en woensdag voor de 'impuesto de guerra', de oorlogsbelasting, een eufemisme voor afpersing door criminele groepen. De rest van de dagen moeten ze hun inkomen maar bij elkaar rijden. 'Plomo o plata', lood of zilver, is het adagium van de maras, de gangs. Wie niet betaalt, krijgt de kogel. Dit jaar zijn er al 180 taxi-en buschauffeurs in Honduras vermoord. Veel jongeren in Midden-Amerika groeien op in deze wijken.

'Eerst moest ik niets hebben van dat slappe gelul over familie en machismo, maar ik werd toch nieuwsgierig,' zegt Luis. 'Toen er weer een promotor, een hulpverlener uit de wijk, een kringgesprek organiseerde ben ik er weer bij gekomen. En daarna weer. En nu ben ík degene die de jongens spreekt over hun agressie en familieproblemen.' Luis is een charismatische jonge man, die vriendelijk lacht met zijn brandschone witte shirt en dito Amerikaanse baseball cap en schoenen. Als hij praat, beweegt hij breed met zijn armen en raakt hij je af en toe even vriendelijk aan. Een geboren leider. Ervaring van de straat. Met veel littekens. Dat heeft CEPREV nodig om het gesprek aan te gaan met jongens die bungelen tussen baan en werkloosheid, high of nuchter, onder- en bovenwereld.

Een uur later spreek ik een paar van deze pubers in de wijk Villa Venezuela in Managua. Een arme wijk zoals vele in Midden-Amerika. Kleine betonnen woningen, veel golfplaten. Warm en stoffig. De distributiewagens van Coca Cola worden er bewaakt door bewakers met enorme geweren alsof het waardetransporten zijn. Luis geeft achterin de auto commentaar op de wijk: 'Met deze wijk hadden we vroeger veel mot. Op een gegeven moment stond ik oog in oog met een jongen van de andere gang die zijn wapen op me richtte. Maar ik schoot niet, want toevallig kende ik hem van vroeger. We hebben toen de ruzie bijgelegd.' Met zijn 28 jaar is Luis al een senior, want de meeste dealers zijn rond de 15. 'De regels zijn de afgelopen jaren verhard. Geen zelfgemaakte wapens meer, alleen nog vuurwapens die soepel onder het shirt gedragen worden. Vroeger verborgen we die nog.' Luis kijkt er bijna weemoedig bij, maar fluistert me dan toe: 'De politie in de wijk is zelf deel geworden van de handel en distributie van drugs. Zij verdelen de markt en maken af en toe mediakabaal met de "vangst" van een partij, maar die is altijd van de concurrentie. In beslag genomen wapens worden ook meteen doorverkocht.' Dat de politie van Nicaragua, vaak geprezen dat ze dicht bij de bevolking staat, betrouwbaar is, is volgens hem een fabeltje. ‘Het zijn de grootste criminelen van allemaal’, zegt Luis.

De jongens van Villa Venezuela zitten een beetje onderuitgezakt op hun stoel. Haar met veel gel. Voetbalshirts van Barcelona. Ik probeer het ijs wat te breken met voetbaldiplomatie. Weinig reactie. Ook met baseballdiplomatie - Nederland was immers een paar jaar terug wereldkampioen en dat moet Nicaragua, een baseballland, toch aanspreken - krijg ik lauwe reacties. Zijn ze stoned? Begrijpen ze mijn Spaans niet? Ligt het aan de aanwezigheid van twee wijkagenten van zo op het oog rond de 20, die net zo onderuitgezakt zitten. Als een van de psychologen de kring vraagt wat er zou gebeuren in de wijk zonder programma van CEPREV, vallen de jongens over elkaar heen om te reageren. 'Meer geweld', zegt de een. 'Meer drugs', roept de ander. Een van hen vat het mooi samen: 'Mexicaanse toestanden', refererend aan de vele Mexicaanse drugskartels die hun waar door Midden Amerika loodsen en onderweg zoveel mogelijk nieuwe klanten proberen te werven. De jongens zeggen in te zien dat scholing, werk en van de drugs afblijven de enige remedie is, maar dat is een opgaaf in een wijk met juist weinig werk, geen vakonderwijs en juist veel drugs. CEPREV c.s. helpt wat jongens en meisjes met het vinden van een baan. Ook zijn er beurzen voor beroepsonderwijs. Voor elektricien of lasser.

Dankzij het werk van CEPREV is de criminaliteit in een aantal wijken van Managua de afgelopen jaren flink afgenomen. De methodologie van de organisatie werpt zijn vruchten af en de directeur van de club, Monica Zalaquett, wordt nu overal in Latijns Amerika gevraagd voor lezingen. Onlangs gaf ze een Talk bij TEDx Managua en in december staat de aanpak in The Economist.

Als ik afscheid neem, neemt Luis me even apart. ‘Het leven is niet makkelijk. Mijn vriendin is sinds ik ben gestopt met dealen bij me weg, want zij wilde alleen maar mooie kleren en parfum. Dat kan ik nu niet meer betalen. Vanochtend bracht ik de kinderen naar school en ben ik hier heen geracet. Kan je me niet wat geld geven?’.

*Luis is een gefingeerde naam.

Blijf op de hoogte:

  1. Weblogberichten ontvangen via rss

Reacties: