Op matjes en met krijtjes: het recht op onderwijs

Weblogbericht | 16-12-2014

Geschreven door Pieter Smidt van Gelder.

De veiligheidsmaatregelen liegen er niet om. In een gepantserde auto, met radio en met de VN-veiligheidsman rijden we door Bangui op weg naar het grootste ontheemdenkamp van de stad.

Voorzorgsmaatregelen zijn geen overbodige luxe: onlangs nog zijn ontevreden rebellen van Seleka ontsnapt uit hun kantonnement. Ze hebben gedreigd het munitiedepot op te blazen en het is tot dodelijke confrontaties gekomen in de stad. Helaas zijn humanitaire hulpverleners nu ook steeds meer direct doelwit. Laatst is de auto van UNICEF nog beschoten.

Het kamp bevindt zich direct naast het vliegveld. Ruim 21.000 mensen zitten er nog, letterlijk naast de (enige) landingsbaan van het (enige) internationale vliegveld van de Centraal-Afrikaanse Republiek. Terug willen ze niet: de mensen zijn bang, doodsbang voor het vele geweld in de volkswijken. Internationale troepenmachten hebben hier vooralsnog geen echte verandering in kunnen brengen.

We bezoeken een project van UNICEF: Espaces d’Apprentissage. De mevrouw van UNICEF vertelt: iedereen heeft recht op onderwijs. Dat staat onder meer in het Kinderrechtenverdrag, dat door bijna alle landen in de wereld is ondertekend. De praktijk is helaas weerbarstiger: wereldwijd gaan miljoenen kinderen niet naar school, onder meer door armoede, conflict en geweld. Zoals ook hier in de Centraal-Afrikaanse Republiek het geval is.

De afgelopen twintig jaar zijn er maar drie volledige schooljaren geweest. In alle andere gevallen begon men te laat, werd er eerder opgehouden, waren er stakingen van leraren of kon er eenvoudig niet lesgegeven worden door het geweld en conflict. Een leraar vertelt ons dat hij en zijn leerlingen nu niet terug kunnen naar hun oorspronkelijke school, omdat rebellen mensen begraven hebben op het schoolplein.

‘Bonjour Monsieur! Bonjour Madame!’ klinkt het uit vele tientallen keeltjes als we ons hoofd om de hoek van het geïmproviseerde klaslokaal steken. Op aanmoediging van de juf doen de kinderen een welkomstdansje. Op het bord zien we het menu van vandaag: lezen, schrijven, rekenen en uitleg over hygiëne. Zo’n 2.500 kinderen tussen de 4 en 14 krijgen hier ’s morgens les.

De problemen zijn legio: er zijn te weinig opgeleide leraren, en aan bijna alles is gebrek. Hier geen ipads, tablets, blackboards of andere moderne toestanden. De kinderen zitten op een zeiltje op de grond en moeten zich behelpen met een schoolbordje en minuscule krijtjes. En bovenal zitten de klassen bomvol: meer dan 100 per klaslokaal is geen uitzondering.

Toch gaat het de goede kant uit, zo legt de coördinator van de NGO die het project uitvoert ons uit. Hier in de kampen is het schooljaar eerder van start gegaan dan in de rest van de stad. Ouders melden zich spontaan aan om te helpen. Het zijn de maîtres – parents. En we zien dat twee nieuwe klaslokalen in aanbouw zijn.

Ideaal is de tussenoplossing in het kamp, met overvolle klassen en tijdelijke lokalen, natuurlijk niet. Maar dankzij verenigde internationale inspanningen kunnen deze kinderen in ieder geval wel weer naar school. Leren ze lezen, schrijven, en rekenen, en verbeteren zij hun kansen voor later. Kunnen zij hun eigen kinderen later weer meer meegeven en helpen bij de wederopbouw van hun land. Het recht op onderwijs is, in ieder geval tijdelijk, weer even veiliggesteld.

Blijf op de hoogte:

  1. Weblogberichten ontvangen via rss

Reacties: