Mijnbouw & Mensenrechten: een haalbare kaart in Colombia?

Weblogbericht | 04-07-2013

Geschreven door Joel Brounen.

Colombia is, na Brazilië, dé opkomende economie in Latijns-Amerika. Ondanks het binnenlandse gewapende conflict...

Cerrejón exploiteert ’s werelds grootste open pit-mijn in La Guajira

Ondanks het binnenlandse gewapende conflict heeft het land een solide economie opgebouwd en exporteert het jaarlijks voor meer dan 2,5 miljard USD naar Nederland. Dankzij de veiligheidspolitiek die Colombia de afgelopen tien jaar heeft gevoerd, is de veiligheidssituatie in grote delen van het land sterk verbeterd. Wel is de situatie op het platteland nog vaak zorgwekkend. De combinatie van een zwak overheidsapparaat en de aanwezigheid van illegale gewapende groepen zorgt vaak voor veiligheidsproblemen en mensenrechtenschendingen.

Het gebrek aan controle van de staat op het afgelegen platteland speelt een belangrijke rol bij excessen die zich hebben voorgedaan in de olie- en mijnbouwsector. Omdat de bescherming tegen aanvallen van gewapende groepen bij de exploratie en winning van fossiele brandstoffen en mineralen niet door de overheid gegarandeerd kan worden, huren ondernemers in deze sectoren vaak private beveiligingsbedrijven in.

Richtlijnen en training op het gebied van mensenrechten voor deze bedrijven waren er in het verleden nog nauwelijks. Dit bracht het risico van schendingen tegen de lokale bevolking met zich mee. Vakbondsvertegenwoordigers werden op grote schaal het slachtoffer van verdwijningen en moord.

Maar het gaat de goede kant op. De Colombiaanse regering heeft zich voorgenomen in Latijns-Amerika een leidende rol te spelen op het gebied van bedrijfsleven en mensenrechten. Sinds 2009 is de Nederlandse Ambassade in Bogotá actief in de nationale commissie voor de uitvoering van de Voluntary Principles for Security and Human Rights, gericht op het respecteren van de mensenrechten bij de beveiliging van activiteiten in de extractieve sector. Sinds dit jaar ondersteunt de Ambassade deze commissie ook financieel, met als doel een sterkere betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld te stimuleren en de rapportage en verificatie beter en transparanter te maken.

Een bedrijf dat in dat opzicht als good practice kan worden beschouwd is het Colombiaanse steenkolenbedrijf Cerrejón. Dit is één van de bedrijven die kolen exporteert naar Nederland en zo via zijn klanten, de Nederlandse energiebedrijven, betrokken is bij de Nederlandse steenkolendialoog. Onlangs brachten Robert van Embden (Ambassadeur in Bogotá), Roel Nieuwenkamp (Directeur Internationale Marktordening en Handel) en Joel Brounen (ambassademedewerker MVO) een bezoek aan Cerrejón, die ’s werelds grootste open pit-mijn ter wereld exploiteert in het departement La Guajira bij de Colomiaans-Venezolaanse grens. Daar spraken zij over de maatregelen die het bedrijf neemt om het mensenrechtenbeleid in praktijk te brengen.

Zo brengt Cerrejón het landschap na de ontginning van de steenkool zoveel mogelijk terug in de oorspronkelijke staat (op de foto een door Cerrejón gerehabiliteerd gebied). Gemeenschappen die moeten verhuizen als gevolg van Cerrejóns activiteiten, worden vooraf geconsulteerd. Hen wordt een waardige compensatie aangeboden in de vorm van huisvesting, scholing en werk. Toch zijn er nog verbeterpunten. Vakbondsleiders gaven aan dat hun situatie beetje bij beetje verbetert, maar dat er nog wel degelijk veiligheidsrisico’s bestaan in hun werk. Daar gaan we de komende maanden aan werken samen met het bedrijf, de vakbonden en de Colombiaanse overheid, opdat de lokale steenkoolsector nieuwe stappen blijft zetten op weg naar een verantwoordelijke en duurzame mijnbouw.

Blijf op de hoogte:

  1. Weblogberichten ontvangen via rss

Reacties: