Meer invloed daar waar het probleem ligt: de achterstand van de Georgische regio's

Weblogbericht | 11-12-2014

Geschreven door Hans Horbach.

Georgië is een klein land, maar het heeft door zijn ligging en geschiedenis een bonte bevolking met veel minderheden. De gehele Kaukasus is een mengelmoes van meer dan 50 etnische groeperingen die elk hun eigen geschiedenis, cultuur en soms ook taal hebben – en Georgië is hierop geen uitzondering.

Vorig jaar heeft Jelle Brandt Corstius hier nog een mooie zesdelige documentaire over gemaakt. Op religieus vlak is de Georgisch Orthodoxe Kerk oppermachtig, maar het land herbergt ook een aanzienlijke moslimgemeenschap en één van de oudste Joodse gemeentes ter wereld. Verder hebben de conflicten met Abchazië en Zuid-Ossetië voor een grote stroom Internally Displaced Persons (IDP’s) gezorgd: een groep die nu nog steeds veel steun vereist van de Georgische regering en de internationale gemeenschap.

Al deze etnische, religieuze, en ook seksuele minderheden zijn goed vertegenwoordigd in civil society organisaties (CSO’s). Georgië heeft een levendige NGO-wereld, helemaal als dat wordt vergeleken met de buurlanden. Het probleem is echter dat de mondige organisaties bijna allemaal uitsluitend in de hoofdstad Tbilisi zijn vertegenwoordigd en amper daar buiten. Dat is ook niet zo gek: Tbilisi is hét centrum van Georgië met een inwoneraantal van 1,5 miljoen op een totale bevolking van nog geen vijf miljoen mensen. Praktisch alle economische en publieke activiteiten vinden hier plaats, en de regio’s zijn duidelijk minder ontwikkeld in vergelijking met de hoofdstad.

Onderdeel van de algemene achterstand van de Georgische regio’s is dat de CSO’s die niet zijn gevestigd in Tbilisi minder invloed hebben op het mensenrechtenbeleid van de overheid. Dit is jammer want juist deze organisaties staan dicht bij kwetsbare minderheidsgroeperingen die hun mensenrechten soms in het gedrang zien komen. Het is ook een gemiste kans omdat de Georgische regering wel bereid is om in discussie te treden met de NGO-wereld – iets dat hoofdstedelijke organisaties al jaren doen. Om deze situatie te veranderen heeft de Nederlandse ambassade in Tbilisi afgelopen jaar een project gesteund om de regionale CSO’s sterker te maken. Het doel was om de capaciteit van deze organisaties om het nationale mensenrechtenbeleid te volgen en te beoordelen te vergroten. Met als uiteindelijke klap op de vuurpijl dat deze organisaties in staat zijn “shadow reports” te schrijven voor internationale verdragen waaraan Georgië zich heeft gecommitteerd. Bijvoorbeeld voor het Universal Periodic Review (UPR) van Georgië, die de VN in 2015 publiceert en die deels gebaseerd zal zijn op de ingezonden shadow reports.

Dat het belangrijk is dat er goed gelet wordt op de mensenrechten van minderheden in Georgië staat buiten kijf. Hoewel er veel goede initiatieven gaande zijn die de rechten van minderheden versterken, zijn er ook genoeg voorbeelden te noemen van schendingen. Positief is dat eerder dit jaar een anti-discriminatiewet is aangenomen. Dit is een goede juridische stap voorwaarts, al moet vooralsnog worden afgewacht hoe succesvol deze wet zal worden geïmplementeerd. Schrijnend was dat IDAHO 2014 niet doorging omdat de LHBT-gemeenschap het te risicovol vond na gewelddadigheden tijdens de vorige editie. Ook religieuze minderheden hebben het soms zwaar te verduren, getuige het feit dat het Europese Hof voor de Rechten van de Mens Georgië een paar weken geleden nog op de vingers heeft getikt voor de behandeling van Jehova’s Getuigen. Verder valt er ook veel te verbeteren aan de leefsituatie van de meer dan een kwart miljoen IDP’s. Zij leven vaak in zeer arme omstandigheden en de werkloosheid binnen deze groep is torenhoog.

Tijdens een bijeenkomst in het kader van dit project die vorige week plaatsvond bleek dat het nog een behoorlijke klus is om regionale CSO’s te ondersteunen. Wederom was de bonte Georgische samenleving goed vertegenwoordigd, met onder andere regionale representanten van mensen met een beperking en etnische minderheden. Cruciale en structurele problemen die regionale CSO’s belemmeren om invloed uit te oefenen kwamen naar voren. Zoals taalbarrières, toegang tot communicatie middelen op het platteland en het gebrek aan zelfs elementaire kennis over hoe men zich kan organiseren en representeren. Anderzijds kwam ook duidelijk naar voren dat het enthousiasme onder de CSO’s om eindelijk gehoord te worden groot was en dat ze deze kans om invloed uit te oefenen ook daadwerkelijk willen pakken. Al met al een hoopvolle samenkomst, en een vruchtbare basis voor een vervolgproject dat ook gesteund wordt door de ambassade. Hierbij worden de getrainde CSO’s geassisteerd bij het indienen van hun shadow reports voor de UPR van Georgië en voor het verdrag tegen rassendiscriminatie (CERD).

To be continued!

Blijf op de hoogte:

  1. Weblogberichten ontvangen via rss

Reacties: