Mensenrechtenwerk NGO’s onder druk, in het veld en binnen de VN

Weblogbericht | 13-10-2014

Geschreven door Quirine van de Linde.

VN resolutie ‘Civil Society Space’ biedt meer bescherming voor NGO’s die zich inzetten voor mensenrechten.

Tijdens de 27e sessie van de VN Mensenrechtenraad in Genève is een belangrijke resolutie aangenomen die ervoor zorgt dat NGO’s wereldwijd kunnen opkomen voor de mensenrechten, zonder dat zij bang hoeven te zijn voor represailles of op een onredelijke manier worden gehinderd door nationale wetgeving. Deze resolutie, waarvan Ierland initiatiefnemer was, is een steun in de rug voor de nieuwe Hoge Commissaris voor de Mensenrechten Zeid Ra'ad Al Hussein om de door zijn voorganger Pillay ingezette strijd tegen ‘shrinking space for civil society’ voort te zetten.

Het werk van NGO’s staat in steeds meer landen met repressieve regimes onder druk. Nationale wetgeving wordt daar ‘oneigenlijk’ gebruikt om de activiteiten van NGO’s in te perken. Zo zijn er landen waar NGO’s op grond van nationale anti-terrorisme-wetgeving geen financiële middelen uit het buitenland mogen ontvangen of onderworpen worden aan internet- of visumrestricties. Vaak zijn fondsen uit het buitenland voor NGO’s de enige inkomstenbron en zijn reizen naar het buitenland - bijvoorbeeld naar de VN in Genève of New York, of naar belangrijke vredesbesprekingen in de regio- essentieel voor de bijdrage van zo’n NGO aan het verbeteren van de mensenrechtensituatie in hun land.

Zelfs tijdens de 27e Mensenrechtenraad, terwijl in VN vergaderzalen werd onderhandeld over de Civil Society Space resolutie, bleek dat mensenrechtenverdedigers die op dat moment naar Genève wilden komen om te rapporteren aan de VN, te maken kregen met represailles: aan een medewerker van een Zuid Soedanese NGO was een uitreisvisum geweigerd en zijn familie was bedreigd omdat hij naar Genève wilde afreizen. Een Sri Lankaanse activist had doodsbedreigingen ontvangen. En Human Rights Watch liet weten dat Nabeel Rajab, hoofd van Bahrein Centre for Human Rights op 1 oktober jl. opnieuw was gearresteerd nadat hij van de Mensenrechtenraad uit Genève terug kwam.  

Niet alleen in het veld maar helaas ook binnen de muren van de Verenigde Naties werd geprobeerd NGO’s de mond te snoeren. Zo werden tijdens de plenaire sessies verschillende malen interventies van NGO’s onderbroken door middel van points of order. De zogenaamde ‘restrictieve landen’ (onder andere China, Cuba, Egypte, Iran, Saudi-Arabië, Pakistan en Venezuela) voerden aan dat de NGO’s spraken buiten het agendapunt, geen specifieke landen of voorbeelden zouden mogen noemen, of niet juist geaccrediteerd waren. Landen als Nederland, Frankrijk, Ierland, VK, Duitsland, Zwitserland, Noorwegen, Canada en de VS hebben het tijdens de 27ste Mensenrechtenraad voor de NGO’s opgenomen.

Een andere zorgelijke ontwikkeling is dat de uitvoering van een in september 2013 door de Mensenrechtenraad aangenomen resolutie over het aanpakken van represailles tegen mensenrechtenverdedigers die met de VN werken in New York door de restrictieve landen ‘on hold’ is gezet.

Nederland hecht groot belang aan bescherming en ondersteuning van NGO’s en mensenrechtenverdedigers. Deze spelen een cruciale rol bij de bevordering van mensenrechten, democratie en rechtstaat. Daarbij hoort ook het leveren van kritiek op de overheid. Een open, democratische maatschappij kan niet ontstaan zonder gezonde publieke en institutionele basis, transparante verantwoording, rechtsbescherming en een traditie van actief burgerschap. Ook binnen het VN systeem zijn NGO’s met hun (lokale) kennis en expertise een onmisbare partner.

Daarom heb ik mij als medewerker van de Nederlandse Permanente Vertegenwoordiging in Genève in de onderhandelingen over de resolutie ‘Civil Society Space’ namens Nederland actief ingezet voor een sterke resolutie die hard nodig is om de internationale trend van het inperken van de ruimte van NGO’s een halt toe te roepen. Samen met andere Europese landen die Civil Society ook hoog op de agenda hebben staan, zoals Finland, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Oostenrijk en Denemarken, hebben we een waar ‘offensief’ uitgevoerd tegen pogingen van de restrictieve landen om de tekst af te zwakken. Een heleboel landen vonden dat ‘nieuwe rechten voor NGO’s’ de nationale wetgeving zouden kunnen ondermijnen, zoals het recht op afwijkende mening en financiering. Ook bestond er angst dat terroristische organisaties de resolutie zouden kunnen misbruiken. Nederland heeft er samen met de andere Civil Society-verdedigers op gewezen dat NGO’s zonder afwijkende mening een ongezond maatschappelijk middenveld zouden vormen. Terroristische organisaties zijn bovendien bij voorbaat door de preambule van de resolutie uitgesloten (moeten de VN doelen en de principes dienen). Ook moest er veel tegenwicht worden geboden aan pogingen om zogenaamde ‘agreed language’ (teksten uit eerder aangenomen resoluties) teniet te doen. Als dat zou gebeuren zou dit voor Nederland een reden zijn geweest deze resolutie niet te cosponsoren (zich mede-indiener van de resolutie te verklaren).

Uiteindelijk is het gelukt om de tekst sterk te houden en behoorlijk uit te breiden ten opzichte van de resolutie van vorig jaar. De voor Nederland belangrijke punten als online/offline, minderheden, financiering, straffeloosheid en aansprakelijkheid zijn overeind gebleven. Nederland is er dan ook trots op cosponsor van deze resolutie te zijn en dankt initiatiefnemer Ierland voor de enorme inspanningen en het goede resultaat: nadat tijdens de stemming in de raad alle negen vijandige amendementen waren verworpen, kon de resolutie bij consensus worden aangenomen. Nederland zal landen die het werk van NGO’s belemmeren blijven aanspreken op hun internationale verplichtingen en blijven opkomen voor het spreekrecht van NGO’s binnen de VN.

Blijf op de hoogte:

  1. Weblogberichten ontvangen via rss

Reacties: