Passie en tolerantie in de Kaukasus: een dialoog over godsdienstvrijheid

Weblogbericht | 06-10-2014

Geschreven door Arne Brandsma.

Terwijl buiten de zon schijnt en het in Tbilisi “nazomerweer” is met zo’n 35°C, zit Mensenrechtenambassadeur Kees van Baar samen met collega’s van de Nederlandse ambassade in Georgië twee dagen lang in een grote vergaderzaal.

Hier wordt met 80 vertegenwoordigers uit Armenië, Azerbeidzjan en Georgië gesproken over godsdienstvrijheid in deze drie landen.

De ambassade organiseert deze conferentie nu voor de tweede keer en op de eerste dag is al één van de doelstellingen behaald: het aan tafel krijgen van alle betrokken groepen. Dit is een niet te onderschatten doelstelling in een maatschappij waar de belangen van de verschillende groepen vaak recht tegenover elkaar staan, bijvoorbeeld seculiere NGO’s en de orthodoxe kerk, of Jehova’s getuigen en de dominante religies in de drie landen. Maar waar ook de buurlanden niet altijd samen door één deur kunnen (denk hierbij aan het conflict in Nagorno-Karabach). Het is een bont gezelschap van vertegenwoordigers van de drie overheden, het maatschappelijk middenveld en van religieuze instellingen. Dit heeft gelukkig tot gevolg dat er een levendige discussie gevoerd wordt.

Dat het onderwerp leeft, wordt op de eerste dag al pijnlijk duidelijk als het nieuws binnenkomt dat een dag eerder in de stad Kobuleti in het zuidwesten van Georgië (in de Adjara-regio, grenzend aan Turkije) een varkenskop op de deur van een in aanbouw zijnde Moslimschool is gespijkerd. Het leidt tot een felle discussie tussen vertegenwoordigers van de Georgische orthodox-kerk en NGOs, die rustiger wordt voortgezet tijdens de koffiepauze.

Later tijdens de conferentie moet de Nederlandse ambassadeur Hans Horbach al zijn diplomatieke vaardigheden inzetten om de vertegenwoordigers van Armenië en Azerbeidzjan ervan te overtuigen de conferentie niet te verlaten wanneer het Nagorno-Karabach conflict wordt opgebracht.

“Vrijheid van godsdienst en levensovertuiging” is één van de speerpunten van het Nederlands mensenrechtenbeleid. Daarbinnen zet Nederland zich met name in voor het bevorderen van de scheiding tussen kerk en staat, het tegengaan van het beperken van rechten van bijvoorbeeld kinderen, LHBT en vrouwen waarbij verwezen wordt naar religieuze of traditionele waarden, het recht niet te geloven en het recht om van geloof te veranderen. Nog een belangrijke reden voor de Nederlandse inzet op dit gebied is dat godsdienstvrijheid een positief effect heeft op de stabiliteit en welvaart in de regio, wat ook naar voren komt in de toespraak van de Mensenrechtenambassadeur.

De scheiding van kerk en staat is in deze drie landen in ieder geval in de praktijk nog ver te zoeken, blijkt uit de verhalen van de sprekers. De nationale kerken hebben veel invloed, niet alleen op de bevolking, maar ook op de politiek. Dit kwam duidelijk naar voren tijdens de discussies in de grote vergaderzaal, maar misschien nog beter te zien in de verhitte gesprekken tijdens de pauzes en de lunch die ervoor zorgen dat we regelmatig een half uur te laat beginnen. Hieruit blijkt wel dat godsdienstvrijheid niet even in een paar dagen gegarandeerd kan worden. Wij zijn er in Nederland ook al lang mee bezig en we zijn zeker nog niet klaar.

Foto-impressie

Video-interviews met deelnemers van de conferentie

Bericht over het Kobuleti-incident

 

Blijf op de hoogte:

  1. Weblogberichten ontvangen via rss

Reacties: