Met een A-accreditatie naar Ankara

Weblogbericht | 15-07-2014

Geschreven door Laurien Koster.

Op 26 mei 2014 verwierf het College voor de Rechten van de Mens als mensenrechteninstituut in VN-verband een A-accreditatie. Wie bij de Permanente Vertegenwoordiging in Geneve of New York werkt weet meteen wat dat betekent.

Maar in de gewone wereld moet ik wel uitleggen dat je dan voldoet aan de Paris Principles, de internationale kwaliteitseisen voor mensenrechteninstituten. Dit betekent dat je een breed mandaat hebt om mensenrechten in eigen land te bevorderen en te bewaken, spreekrecht hebt in de VN Mensenrechtenraad en volgt of Nederland wel de internationale aanbevelingen op mensenrechtengebied opvolgt. 

Meteen vroeg het bureau van de High Commissioner for Human Rights mij om een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van het Turkse mensenrechteninstituut. Daarover hoefde ik natuurlijk niet lang na te denken; noblesse oblige. Voor een jeugdig instituut is dit bovendien een eervolle uitnodiging en een gelegenheid om iets terug te doen. Toen in 2009 duidelijk was dat de Commissie Gelijke Behandeling zou uitgroeien tot nationaal mensenrechteninstituut vroegen we eerst raad aan de Ieren, de Noord-Ieren en de Schotten: hoe word je een effectief en Paris Principles-proof instituut? We hebben nog dagelijks plezier van hun nuttige adviezen. Reden te meer om dat stokje over te nemen en onze ervaringen te delen met de Turken. Voor hen is het ingewikkeld om als oorspronkelijk onderdeel van het Bureau van de Minister-President nu als onafhankelijk mensenrechteninstituut verder te gaan. Of zoals één van de medewerkers vroeg: hoe bereiken we ook zonder de handtekening van de premier dat bijvoorbeeld de politie doet wat wij aanbevelen?

Daar heb ik natuurlijk ook geen pasklaar antwoord op. Maar het begint met bezinning wie je moet en wilt zijn, welke stijl van optreden je kiest en welk afwegingskader je hanteert om kwesties wel of juist niet te agenderen. En als je dat allemaal bedacht hebt, wat voor werkprocessen kies je dan, wat is precies de rol van Commissioners ten opzichte van de staf. In Nederland bestaat het College uit twaalf leden die worden ondersteund door professionals, zoals juristen, loondeskundige, onderzoekers, beleidswerkers en communicatieadviseurs. Dat alles natuurlijk gelardeerd met voorbeelden van onze eigen projecten en keuzes [www.mensenrechten.nl].

Hun vragen waren zeer divers, van wat de eis van een pluriforme samenstelling nu eigenlijk in de praktijk betekent tot de vraag of wij ons bezig hadden gehouden met het Turkse jongetje dat bij lesbische pleegouders was geplaatst. De bijvangst van vragen is dat je telkens ook weer een nieuwe blik op je eigen uitdagingen krijgt. Zoals: hoe realiseren we in Nederland een echt mensenrechtenperspectief bij politieke besluitvorming en in de uitvoering van beleid? Het promotieonderzoek van Jasper Krommendijk, dat onlangs de media haalde [http://go.3fm.nl/mobiel-radio1/gemist/fragment/150160], laat zien dat Nederland eerder een afhoudende dan omarmende houding heeft ten opzichte van de aanbevelingen van internationale toezichtmechanismen. Een voorbeeld daarvan is het negeren van de aanbeveling van diverse verdragscomités om op scholen en in het beroepsonderwijs mensenrechtenonderwijs verplicht te stellen. Daartegenover moet ik wel zeggen dat Nederland dankzij de UPR een eerste Nationaal Actieplan Mensenrechten heeft. Zover is het in Turkije nog niet. Terwijl daarvoor wel alle reden is gezien de inhoud van VN-rapporten over de mensenrechtensituatie in Turkije. Dàt zijn nog eens uitdagingen voor een nieuw instituut. En dan ondertussen ook nog Paris Principles-proof opereren.

Maar alles begint met ambitie. Bij de Turkse Commissioners proefde ik echt wel ambitie. Hun taak is breed want naast het algemene mensenrechtenmandaat wordt het instituut aangewezen als National Preventive Mechanism (NPM) onder het Optioneel Protocol van de Convention against Torture. In een groot land als Turkije is dat een heel zware opdracht. Tijdens de conferentie was hierover een videoconsultatie met Malcolm Evans, de voorzitter van het Subcommittee on the prevention of torture. Weer zo’n moment dat ik me realiseerde dat de situatie in Nederlandse gevangenissen waarschijnlijk wel veel beter is dan in Turkije maar dat ons NPM niet zo formeel onafhankelijk is als het betreffende verdrag voorschrijft. In Nederland vallen de toezichthoudende inspectiediensten onder de ministeries. Kortom: ook in Nederland valt er te verbeteren. Daarover brachten wij recent de tweede Jaarlijkse Rapportage aan de regering uit. [www.mensenrechten.nl]

Blijf op de hoogte:

  1. Weblogberichten ontvangen via rss

Reacties: