Over straatkinderen, bedelen en van Persie

Weblogbericht | 14-02-2014

Geschreven door Pieter Jan Kleiweg.

Bij elk stoplicht in Dakar staan ze te bedelen: straatkinderen. Soms zo jong als 5 jaar. Blootsvoets, en gekleed in smerige, verwassen en gescheurde voetbalshirts van 3 maten te groot.

Vaak met een verweerd tomatenblik in de hand waar je munten in kan gooien. En niet zelden aan de hand van een volwassen man: de Marabout, oftewel de religieus leider.

Foute Koranscholen

De bedelende straatkinderen zijn een smet op Senegal. Veel arme boerengezinnen uit Senegal, maar ook uit buurland Guinee-Bissau, vertrouwen hun jonge kinderen toe aan Koranscholen ("Daaras"). Sommige Koranscholen zijn serieuze instituten. Maar velen ook niet. Kinderen komen in de kost bij een zelfbenoemd religieuze leider die kinderen de straat opstuurt, onder het mom van de Islamitische bedeltraditie. Die traditie bestaat niet alleen in de Islam (ook het christendom kent bijvoorbeeld met St Maarten of via bedelmonniken een spirituele bedeltraditie). Maar aan het systematisch uitbuiten van kinderen is niets islamitisch. Kinderen van foute Koranscholen komen in een Oliver Twist nachtmerrie terecht waar ze -op straffe van een pak slaag- elke avond geld moeten afdragen aan de Marabout.

De vlucht

Sommige kinderen vluchten. Komen op straat terecht. En verliezen daarmee elk contact met hun nietswetende ouders op het platteland. Op straat is het leven loodzwaar. Jongere kinderen worden uitgebuit door de oudere. 80 procent van de kinderen wordt slachtoffer van seksueel misbruik. De enige afleiding is de snelle roes bij het snuiven van verfverdunners.  

Wat kunnen wij doen?

De Europese Unie spreekt, samen met de lidstaten, de Senegalese overheid aan op het bestaan van deze foute Koranscholen. Want er is een Senegalese wet die bedelen verbiedt. Die moet worden gehandhaafd.

Maar Nederland helpt ook direct organisaties die opvang bieden aan kinderen (zie http://www.youtube.com/watch?v=CfeVLxnOHnI). Zo geven wij uit kleine ambassadefondsen bijvoorbeeld steun aan het opvanghuis 'village pilote' (zie http://www.villagepilote.org) zodat er een keuken kan worden gebouwd. 'Village pilote' kan 50 kinderen opvangen. En er worden verwoede pogingen gedaan om de verloren kinderen te herenigen met hun ouders. Dat lukt soms. Maar sommige kinderen waren té klein toen zij uit huis gingen. Zij weten hun achternaam niet meer, noch waar ze precies vandaan komen.

Het dilemma

Intussen blijf ik als automobilist worstelen met de vraag: geef ik de bedelkinderen wat kleingeld?
De emotie maant mij om te schenken: ik wil helpen. Maar de rede zegt ‘nee’: door te geven, houd ik een schandelijk gebruik in stand.
Vandaag heb ik zo’n jongetje van zes jaar, in een oud shirt met ‘Van Persie’ achterop, een pak koekjes gegeven. Zo kan hij zijn honger stillen. En ik -een beetje- mijn schuldgevoel. 

Meer blogs van Pieter Jan Kleiweg en zijn collega op de ambassade in Dakar, Miriam Otto:

Op bedevaart naar de grote Magal. Over pelgrims, poen en politiek.

Over aids, residenties en betaalde seks

Over bloggers, twitter en democratisering van het nieuws

Over hengsten en pythons

Over de donkere kant van het witte strand

Over slavernij, borsten en boekverbrandingen

Over een slachting in een stadion en verkiezingen

Blijf op de hoogte:

  1. Weblogberichten ontvangen via rss

Reacties: