Terechte examenkoorts

Weblogbericht | 07-02-2014

Geschreven door Anneke Koning.

Driemaal per jaar is de zaal waar de Mensenrechtenraad zitting heeft in Genève het podium van een speciaal soort examen.

Geen rijen studenten die zitten te zweten op een natuurkundetoets, maar lidstaten van de Verenigde Naties die één voor één naar voren worden geroepen om hun mensenrechtensituatie te bespreken. De ‘examinator’, dat zijn de andere VN-lidstaten, die lastige vragen stellen, woorden van aanmoediging spreken, of geïnteresseerd toekijken hoe de State under Review het ervan afbrengt.

De Universal Periodic Review, zoals dit examen genoemd wordt, levert de nodige examenstress op. Voorbereiding is cruciaal, en de afgevaardigde delegatie kan maar beter bestaan uit medewerkers met verstand van zaken. Waar de meeste staten vertrouwen op een grote delegatie, voorgezeten door de Minister van Mensenrechten of Justitie, geflankeerd door experts op het gebied van detentieomstandigheden, vrouwenrechten, gezondheidszorg, et cetera, stuurt eilandstaatje Vanuatu zijn drie meest gekwalificeerde beleidsmedewerkers (met bloemen in het haar) naar Zwitserland. Verschil moet er zijn.

De delegatie van Vanuatu

Maar ook zonder goede voorbereiding kan je een voldoende halen. Er zijn immers altijd vriendjes die je helpen bij je examen; of zullen we het het ‘Eurovisie Songfestivaleffect’ noemen? Zo is de Unie van de Comoren misschien geen speler op het wereldtoneel, ze zijn wel lid van een recordaantal regionale groepen; en dus kunnen ze op steun rekenen van Afrikaanse, francofone en islamitische landen. Door het land iets te rooskleurig neergezette beweringen worden nauwelijks tegengesproken, en hun bondgenoten zullen ervoor zorgen dat de internationale gemeenschap meermalen wordt opgeroepen het arme land meer technische assistentie (lees: ontwikkelingshulp) te geven.

Nederland probeert in dit proces een onpartijdige en objectieve examinator te zijn. De aanbevelingen die wij aan de examenkandidaat doen zijn gebaseerd op onze informatie over de situatie in een land en geworteld in de Nederlandse mensenrechtenprioriteiten. Maar belangrijker is misschien nog dat Nederland steevast aan alle 193 andere VN-lidstaten die bij de UPR worden behandeld aanbevelingen doet en (schriftelijke) vragen stelt. Geen vriendjespolitiek.

Het is immers niet voor niets dat dit mechanisme Universal is genoemd. Hoewel het examenproces natuurlijk te beïnvloeden is, is het een van de weinige instrumenten waarbij iedere VN-lidstaat ter verantwoording wordt geroepen door de medelidstaten. Deze opzet verstevigt de boodschap dat, hoewel de politieke aandacht voor mensenrechtenschendingen in verschillende landen wisselt, ieder land de verantwoordelijkheid heeft om mensenrechten van en voor zijn burgers te waarborgen.

En dus doen alle landen mee, ook landen als Monaco, Vanuatu en Nederland zelf, omdat er altijd wel iets kan worden verbeterd. Terecht dus dat deze examens zo serieus worden genomen. Driemaal per jaar terechte examenkoorts.

  Over de vorige UPR werd ook geblogd, zie:

How to sell your human rights record for dummies

Blijf op de hoogte:

  1. Weblogberichten ontvangen via rss

Reacties: